Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten · 9 oktober 2026
Kort geding Sint Maarten: schorsing bestuurder hangende enquêteverzoek en managementvergoeding
- Enquêterecht
- Geschillenregeling
- Boek 2 BW
Samenvatting
In kort geding vordert een bestuurder en 50%-aandeelhouder van een besloten vennootschap op Sint Maarten schorsing van de mede-bestuurder (zijn ex-echtgenote), hangende een beoogde enquêteprocedure, en een managementvergoeding. Het Gerecht wijst de schorsing af, mede omdat het enquêteverzoek is ingetrokken en de mede-bestuurder zich niet met de dagelijkse gang van zaken bemoeit. Een vergoeding van USD 2.000 per maand wordt als voorschot toegewezen. Het Burgerlijk Wetboek van Sint Maarten is van toepassing.
Kernoverwegingen
“Bij akte van 3 september 2026 heeft [eiser] zijn eis gewijzigd en verzoekt hij onder 1. niet het ontslag van [gedaagde], maar de schorsing in haar hoedanigheid van bestuurder, hangende de procedure die zal volgen op het verzoek tot het houden van een enquête ex artikel 2:271 BW bij Jaijo.”
r.o. 3.2
“Ter zitting is bovendien duidelijk geworden dat een door het Hof in te stellen enqueteonderzoek naar het beleid van Jaijo voor [eiser] niet veel zal kunnen opleveren. Hij heeft zelf immers de vennootschap geleid in de te onderzoeken periode. Dit nog daargelaten de vraag of [eiser] wel ontvankelijk zou zijn in zo’n verzoek, gelet op het bepaalde in artikel 2:273 lid 1 B.W.Dit kan op dit moment echter verder in het midden blijven, omdat [eiser] het verzoek tot het houden van een enquête heeft ingetrokken, nadat het Gerecht het eerst terzijde had gelegd in verband met de onderhandelingen tussen partijen.”
r.o. 4.3
“Het voorgaande betekent dat de onder 1 tot en met 4 ingestelde vorderingen niet toewijsbaar zijn. Maar ook als [eiser] ontvankelijk zou zijn in zijn verzoek tot het houden van een enquête en die procedure aanhangig zou zijn, zouden de vorderingen niet worden toegewezen. Duidelijk is geworden dat [gedaagde] zich op dit moment niet met de dagelijkse gang van zaken binnen de vennootschap bemoeit, zodat er voor schorsing als bestuurder geen aanleiding is. Het enkele feit dat zij toegang heeft tot de bankrekening van Jaijo, levert geen grond tot schorsing op. [gedaagde] heeft van deze bevoegdheid immers tot heden nog nooit misbruik gemaakt.De vordering tot vergoeding van een management-fee”
r.o. 4.4