← Week 19

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 13 mei 2005

Afstand van recht door leden coöperatie via goedkeuring fusievoorwaarden; volmacht lasthebber

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Fusie en splitsing
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een stichting vordert als lasthebber namens oud-leden van een gefuseerde coöperatie schadevergoeding van de verkrijgende coöperatie wegens fraude en wanbeleid van de oud-directeur. Het hof wees de vorderingen af omdat de leden door goedkeuring van de fusievoorwaarden afstand hadden gedaan van hun recht en de volmacht niet het eigen handelen van de verkrijgende coöperatie omvatte. De A-G acht dit oordeel juist: goedkeuring door de algemene vergadering kan als hoofdregel worden ingeroepen tegen de leden die voor hebben gestemd (artikelen 2:40 en 2:53a BW). Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“Het tweede onderdeel valt rov. 4.17(28) aan, waarin het Hof oordeelt dat de lastgevers niet langer het recht hebben om Coberco (DZP) als rechtsopvolgster van Heino Krause aan te spreken. De instemming op de ledenvergadering met de fusie met Coberco en met de fusievoorwaarden, heeft Coberco mogen opvatten als een tot haar gerichte verklaring van de leden van Heino Krause waardoor zij afstand hebben gedaan van het recht om Coberco als rechtsopvolgster van Heino Krause aan te spreken ter zake van de voor hun rekening gekomen lasten wegens [betrokkene 1]'s wanbeleid, aldus kort weergegeven het Hof in de laatste alinea van rov. 4.17. 5.46 Onderdeel a klaagt over 's Hofs oordeel dat SOBI het beroep van Coberco op afstand van recht dan wel rechtsverwerking niet gemotiveerd heeft betwist. De klacht houdt in dat het Hof heeft miskend dat door SOBI bij (het eerste) pleidooi in hoger beroep wel degelijk het standpunt van Coberco - door het Hof weergegeven in rov. 4.16 - is bestreden. 5.47 De uiteenzetting waarop SOBI beroep doet, is te lezen aan het slot van haar eerste pleitnota (blz. 29 t/m 31) en is aldus vervat in een lang document in een procedure die (voor iedere partij) inmiddels al tot in de tweede verhuisdoos was gevorderd. Naar de kern genomen, komt het betoog van SOBI erop neer dat de leden ter zake van de pre-fusie periode hooguit f 14.000.000 zouden moeten betalen.(29) 5.48 Het Hof heeft deze kernstelling besproken. Zou het verweer worden gehonoreerd dan zou dat "niet […]”

r.o. 5.45

“Ik stel voorop dat de rechtshandeling, inhoudende afstand van recht, vormvrij is. Afstand van recht hoeft niet per se door middel van een tot een ander gerichte verklaring te worden gedaan, maar kan ook besloten liggen in een of meer gedragingen. Een voorbeeld van een dergelijke stilzwijgende afstand is het achterlaten van een krant in de trein, waaruit de wil tot het doen van afstand van de eigendom daarvan kan worden afgeleid.(33) De vraag of een verklaring of gedraging al dan niet enige afstand van recht inhoudt, is een feitelijke kwestie die is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt.(34) 5.56.2 Sommige auteurs menen dat afstand van recht niet al te snel mag worden aangenomen.(35) Dat lijkt mij als hoofdregel juist. In het onderhavige geval kan m.i. niet worden gezegd dat het Hof daarvan te lichtvaardig is uitgegaan.(36) Het Hof wijst er volkomen begrijpelijk op dat niet valt in te zien waarom Coberco niet mocht bedingen dat "de bedrijfsresultaten van de over te nemen onderneming van vóór de fusie, waarvan bekend was dat die bedrijfsresultaten negatief waren, voor rekening en risico van de leden van de over te nemen onderneming zouden blijven" (rov. 4.17). Degene die vervolgens de stelling betrekt dat hij aan deze in het handelsverkeer geenszins ongebruikelijke afspraak niet (langer) is gebonden, zal sterke argumenten op tafel moeten leggen. Dat nu heeft SOBI volgens het Hof niet gedaan. Ook in cassatie wordt niet gewezen op een of argumenten die […]”

r.o. 5.56.1

“Bedacht moet worden dat een goedkeuring door de algemene vergadering, wanneer niet anders is bepaald in de statuten, zonder twijfel blijft binnen haar bevoegdheden.(39) Zij zou tamelijk zinledig zou zijn wanneer de individuele leden, ook wanneer zij en een meerderheid der leden voor die goedkeuring hebben gestemd, zich vervolgens daaraan niets gelegen zouden behoeven te laten liggen. 5.57.3 Daarom zal als hoofdregel moeten worden aangenomen dat deze instemming of goedkeuring in elk geval door de rechtspersoon jegens wie zij is gedaan, kan worden ingeroepen tegen de individuele leden(40) die daarvoor hebben gestemd. Niet valt uit te sluiten dat deze hoofdregel onder bijzondere omstandigheden uitzondering kan lijden. Maar op dergelijke omstandigheden doet het onderdeel geen beroep zodat daarop thans niet behoeft te worden ingegaan.(41) 5.58 Bij deze stand van zaken valt zonder nadere toelichting, die in het onderdeel niet valt te lezen, niet in te zien waarom het Hof uit de goedkeuring door de algemene ledenvergadering geen afstand van recht heeft kunnen afleiden. Noch ook kan worden gezegd dat het Hof aldus, ongeacht eventuele bijzondere - maar niet aangevoerde - omstandigheden blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, wat er zij van de vraag of het Hof zijn oordeel niet beter had kunnen verpakken in een ander juridisch kleed. 5.59 In onderdeel e wordt geklaagd over de verwerping van de stelling van SOBI dat het in strijd met de goede trouw is indien Coberco zich […]”

r.o. 5.57.2

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2005:AS4174
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
13 mei 2005
Datum publicatie
13 mei 2005
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:309 BW, 2:40 BW, 2:53a BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Fusie en splitsing, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 19 van 2005

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.