← Week 27

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 8 juli 2011

Trustkantoor als bestuurder aansprakelijk jegens Ontvanger wegens verhaalsfrustratie; conclusie strekt tot vernietiging

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een trustkantoor is als enig bestuurder van een vennootschap door de Ontvanger op grond van onrechtmatige daad aangesproken voor een onbetaald gebleven naheffingsaanslag kapitaalsbelasting. Het hof wees de vordering toe. De A-G concludeert dat de aangesproken bestuurder de onderliggende aanslag ook materieel moet kunnen betwisten, dat het hof het ernstig verwijt onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep op matiging ten onrechte is verworpen. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.

Kernoverwegingen

“Uit het geciteerde arrest laat zich naar mijn mening echter niet afleiden dat in een geding als het onderhavige, waarin de Ontvanger een derde voor de door hem geleden verhaalsschade aansprakelijk houdt, nimmer aanleiding zou kunnen zijn te onderzoeken of aan de betrokken aanslag jegens de aangesproken derde formele rechtskracht toekomt en, zo neen, of de betrokken belasting (in de woorden van het hof in rov. 3.12) "materieel verschuldigd is". In de geciteerde rechtsoverweging heeft de Hoge Raad zich beperkt tot "de vraag of de ontvanger schade heeft geleden doordat verhaal op D. niet mogelijk is gebleken" en geoordeeld "dat H. in zoverre geen belang heeft bij haar klacht dat het hof ten onrechte is uitgegaan van de ook tegenover haar geldende formele rechtskracht van de aan D. opgelegde aanslag vennootschapsbelasting 1995" (onderstreping toegevoegd; LK). Voor de toewijsbaarheid van een op onrechtmatige daad gebaseerde vordering van de Ontvanger op een derde die het verhaal van een (jegens de belastingschuldige onherroepelijke) belastingschuld illusoir zou hebben gemaakt, komt het echter niet uitsluitend op de totale omvang van de door de Ontvanger geleden verhaalsschade aan. Tevens komt het aan op de vraag of en in hoeverre die schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de betrokken derde berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van die gebeurtenis kan worden toegerekend (art. […]”

r.o. 2.6

“Bij de bespreking van het onderdeel stel ik voorop dat het in dit geding gaat om de vraag of de Ontvanger door onrechtmatig handelen van MPT is afgehouden van verhaal op degene jegens wie hij invorderingsmaatregelen kon nemen. Daarmee vertoont deze zaak verwantschap met de categorie van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald blijven en onverhaalbaar zijn van diens vordering. Voor die categorie vormt HR 8 december 2006 (Ontvanger/X), LJN: AZ0758, NJ 2006, 659, de standaard(21). In dit arrest ging het eveneens om de (mogelijk) uit onrechtmatige daad voortvloeiende aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de Ontvanger wegens het onbetaald blijven van belastingschulden. In verband met een dergelijke benadeling is volgens de Hoge Raad naast de (primaire) aansprakelijkheid van de vennootschap, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, mogelijk ook grond voor aansprakelijkheid van de bestuurder (secundaire aansprakelijkheid(22)). Daarbij onderscheidt de Hoge Raad twee situaties: (i) de bestuurder heeft namens de vennootschap gehandeld en (ii) de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen, zo overwoog de Hoge Raad: "(...) mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als […]”

r.o. 2.13

“De Wtt bevat geen bepalingen over de aansprakelijkheid van trustkantoren of vertegenwoordigers daarvan. Doorgaans wordt aangenomen dat voor bestuurders van afhankelijke groepsmaatschappijen, waarin de (in)directe aandeelhouder een instructiemacht heeft, geen zwaardere of juist lichtere(43) aansprakelijkheidsregels gelden, zodat het hiervoor geschetste kader voor bestuurdersaansprakelijkheid ook van toepassing is op trustdirecteuren die als statutair bestuurder van een doelvennootschap optreden. Trustkantoren en hun vertegenwoordigende directeuren kunnen zich in de regel niet disculperen met de enkele stelling dat zij slechts formeel, louter instrumenteel bestuurder zijn(44). 2.23 MPT heeft in de feitelijke instanties het verweer gevoerd dat bij de beoordeling van de wijze waarop zij zich van haar taken als bestuurder van Hilltop heeft gekweten rekening moet worden gehouden met de bijzondere omstandigheid dat zij als trustdirecteur optrad (zie rov. 3.18). Het hof is aan dit verweer voorbij gegaan door in rov. 3.19, in cassatie onbestreden, tot uitgangspunt te nemen dat aan MPT als trustdirecteur van Hilltop dezelfde eisen kunnen worden gesteld als in het algemeen aan een bestuurder van een rechtspersoon. Ook heeft het hof, in cassatie eveneens onbestreden, gelet op het wettelijke stelsel, waarin beperkingen van de bevoegdheden van het bestuur van een kapitaalsvennootschap in de statuten kunnen worden opgenomen, en met het oog op de belangen van derden, niet aanvaardbaar […]”

r.o. 2.22

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2011:BP8686
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
8 juli 2011
Datum publicatie
8 juli 2011
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 2:129 BW, 2:239 BW, 2:256 BW, 6:98 BW, 6:109 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 27 van 2011

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.