Week 27
Week 27 · 4 jul – 10 jul 2011 · 3 uitspraken
Boek 2 BW (2)
Trustkantoor als bestuurder aansprakelijk jegens Ontvanger wegens verhaalsfrustratie; conclusie strekt tot vernietiging
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Een trustkantoor is als enig bestuurder van een vennootschap door de Ontvanger op grond van onrechtmatige daad aangesproken voor een onbetaald gebleven naheffingsaanslag kapitaalsbelasting. Het hof wees de vordering toe. De A-G concludeert dat de aangesproken bestuurder de onderliggende aanslag ook materieel moet kunnen betwisten, dat het hof het ernstig verwijt onvoldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep op matiging ten onrechte is verworpen. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.
ECLI:NL:PHR:2011:BP8686
Non-conformiteit goodwill bij koop notarispraktijk; verjaring dwaling
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Een zaak over de koop van een notarispraktijk waarbij de koper de koopovereenkomst gedeeltelijk wil ontbinden wegens non-conformiteit van de goodwill. De A-G concludeert dat artikel 7:17 BW ook van toepassing kan zijn op de koop van een onderneming als algemeenheid van goederen. Boek 2 speelt slechts een zijdelingse rol: de artikelen 2:309 en 2:334a BW (fusie en splitsing) worden genoemd als wijzen van verkrijging onder algemene titel.
ECLI:NL:PHR:2011:BQ5068
Art. 6:162 BW – bestuurder of aandeelhouder in persoon (1)
Aansprakelijkheid trustkantoor als bestuurder jegens Ontvanger: omvang verhaalsschade en matiging
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Een belastingontvanger sprak het trustkantoor dat enig bestuurder van een BV was in persoon aan uit onrechtmatige daad, wegens het illusoir maken van verhaal van een onherroepelijke naheffingsaanslag. De Hoge Raad oordeelt dat de verhaalsschade niet verder toerekenbaar is dan het objectief te berekenen bedrag van de materiële belastingschuld, en dat de aangesproken derde de onderliggende aanslag moet kunnen betwisten. Ook het oordeel over het ernstig verwijt en over de matiging van de schadevergoeding houdt geen stand. De zaak wordt verwezen.
ECLI:NL:HR:2011:BP8686