Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 30 maart 2012
Artikel 2:86d BW: belanghebbenden bij verzet tegen duplicaten van toonderaandeelbewijzen
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een houder van verloren gegane toonderaandeelbewijzen verzoekt de vennootschap om duplicaten; medeaandeelhouders komen in verzet. De A-G concludeert dat 'iedere belanghebbende' in artikel 2:86d lid 4 BW ruimer is dan rechthebbenden en dat medeaandeelhouders met een eigen belang, zoals het voorkomen van fraude, in verzet kunnen komen. Ten overvloede merkt hij op dat na publicatie geen automatische plicht tot verstrekking van duplicaten bestaat. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
Kernoverwegingen
“De bedoeling van de wetgever is niet ondubbelzinnig. Met verweerders in cassatie ken ik meer gewicht toe aan (de verruiming van) de wettekst, zij het dat ik daarbij opmerk dat die zienswijze bij ontstentenis van een toelichting op dit punt niet ontegenzeggelijk is. Hoe dan ook, 's hofs oordeel in rov. 6.2 dat noch in de wettekst, noch in de memorie van toelichting de door [verzoeker] gewenste beperking van de kring van belanghebbenden te lezen is, getuigt tegen deze achtergrond niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. 3.18 Ten aanzien van de in onderdeel e geformuleerde motiveringsklacht merk ik nog op dat uit de vrij correcte weergave van hetgeen "het hof zal bedoeld hebben te oordelen", blijkt dat 's hofs oordeel niet "ontoelaatbaar onduidelijk is". Geen van de klachten kunnen dan ook tot cassatie leiden. 3.19 In de onderdelen v en w wordt een passage uit de Nota naar aanleiding van het verslag aangehaald waaruit zou moeten blijken dat de mogelijkheid tot het instellen van verzet niet in het leven is geroepen om fraude tegen te gaan. Ik neem aan dat de betreffende onderdelen hun pijlen richten op rov. 6.4. De betreffende passage behelst een reactie van de Minister op de suggestie van kamerleden alsnog rechten te laten ontlenen aan aandeelbewijzen waarvan als gevolg van fraude ten onrechte was aangenomen dat deze verloren waren gegaan. De Minister merkt naar aanleiding van bedoelde suggestie op: "In dat verband verzocht […]”
r.o. 3.17
“Met het middel meen ik dat art. 2:86d lid 4 BW het systeem van vrije overdraagbaarheid van aandelen aan toonder niet zou mogen doorkruisen. Ik acht daarvoor evenwel niet nodig dat de categorie "iedere belanghebbende" zodanig wordt beknot dat alleen zij die claimen recht te hebben op de betreffende aandelen daarbinnen vallen. Volstaan kan worden met het vereiste van belang: zonder (eigen) belang zal de rechter het verzet van (andere) aandeelhouders in principe niet in behandeling nemen. In het navolgende bij de behandeling van de rechtspraak over het begrip belanghebbende zal worden onderzocht of het hof terecht heeft geoordeeld dat de gemeente c.s. (eigen) belang hebben bij het verzet. 3.31 Gelet op het voorgaande kan niet gezegd worden dat 's hofs uitleg van het begrip "iedere belanghebbende" indruist tegen de algemene regeling van de verzoekschriftprocedure of het systeem van de vrije overdraagbaarheid van aandelen aan toonder. De daar wel op gefundeerde klachten falen. 3.32 Als gezegd bevat noch art. 2:86d BW, noch de algemene regeling inzake de verzoekschriftprocedure in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een definitie van het begrip belanghebbende. De Hoge Raad heeft evenwel in enkele arresten meer duidelijkheid aangaande het begrip belanghebbende verschaft, zij het in het kader van specifieke procedures. 3.33 In HR 25 oktober 1991, LJN: ZC0387, NJ 1992, 149 m.nt. Ma verzocht de Stichting Nederlands Instituut voor het Arabische Cultuurgebied (NIAC) de rechtbank […]”
r.o. 3.30
“Anders dan het middel betoogt, is het hof in rov. 6.2-6.4 n.m.m. (voldoende) ingegaan op de aard van de procedure, de daarmee verband houdende bepalingen - art. 2:86d Rv en 261 e.v. Rv. - en het (eigen) belang van de aandeelhouders. Met het hof meen ik dat andere aandeelhouders wel degelijk een eigen belang kunnen hebben bij de verzetprocedure, zonder zelf aanspraak te maken op de betreffende aandelen. De "aard van de procedure", die zo begrijp ik het middel met name bestaat in de vrije overdraagbaarheid van toonderaandelen (onderdeel i), verzet zich m.i. daartegen niet. 3.42 In de onderhavige procedure hebben de gemeente c.s. ter onderbouwing van hun belang onder meer het volgende aangevoerd: - oud-directeur van Bronwaterleiding Doorn, [betrokkene 3] heeft grootschalige fraude gepleegd, waarmee hij substantiële schade aan Bronwaterleiding Doorn heeft toegebracht, ter zake waarvan hij is veroordeeld tot gevangenisstraf en betaling van schadevergoeding aan Bronwaterleiding Doorn; aan die veroordelingen heeft hij nog niet (volledig) voldaan;(24) - de onderneming wordt op korte termijn mogelijk vervreemd;(25) - de statuten voorzien in een regeling terzake van de verdeling van de verkoopopbrengst, die erop neerkomt dat deze wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders;(26) - de vennootschap heeft op [betrokkene 3] nog een vordering van ruim EUR 5 miljoen;(27) - [verzoeker] heeft niet aannemelijk weten te maken dat hij (bona fide) aandeelhouder is;(28) - de gemeente c.s. hebben reden […]”
r.o. 3.41