← Week 51Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 23 december 2016
Enquête: onmiddellijke voorzieningen, schorsing bestuurder en beheer van aandelen
Samenvatting
De OK heeft in een enquêteprocedure een eerder getroffen onmiddellijke voorziening (benoeming van een bestuurder naast de zittende bestuurder) gehandhaafd. Daarnaast heeft zij de zittende bestuurder geschorst en alle aandelen in de vennootschap ten titel van beheer overgedragen, ook de aandelen van de minderheidsaandeelhouder. De houdstermaatschappij en de stichting administratiekantoor komen in cassatie. Zij klagen onder meer over strijd met proportionaliteit, onvoldoende motivering en miskenning van de gestelde belangen. De minderheidsaandeelhouder stelt incidenteel beroep in tegen het onder beheer brengen van zijn eigen aandelen, als verrassingsbeslissing. De A-G concludeert tot verwerping van beide beroepen. De OK heeft bij artikel 2:349a lid 2 BW een grote discretionaire vrijheid en hoeft slechts beperkt te motiveren. De getroffen voorzieningen zijn een logisch gevolg van het gedrag van de bestuurder en voldoen aan het proportionaliteitsvereiste. Toepassing van artikel 81 lid 1 RO wordt overwogen.
Gegevens
- ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:1371- Instantie
- Parket bij de Hoge Raad
- Soort
- Conclusie
- Datum uitspraak
- 23 december 2016
- Datum publicatie
- 3 maart 2017
- Spoor
- Boek 2 BW
- Wetsartikelen
- 2:349a BW, 2:239 BW, 2:343 BW, 2:356 BW, 3:303 BW, 3:13 BW
- Thema
- Enquêterecht
Delen
Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.
ECLI:NL:PHR:2016:1371Parket bij de Hoge Raad23 december 2016De OK heeft in een enquêteprocedure een eerder getroffen onmiddellijke voorziening (benoeming van een bestuurder naast de zittende bestuurder) gehandhaafd. Daarnaast heeft zij de zittende bestuurder geschorst en alle aandelen in de vennootschap ten titel van beheer overgedragen, ook de aandelen van de minderheidsaandeelhouder. De houdstermaatschappij en de stichting administratiekantoor komen in cassatie. Zij klagen onder meer over strijd met proportionaliteit, onvoldoende motivering en miskenning van de gestelde belangen. De minderheidsaandeelhouder stelt incidenteel beroep in tegen het onder beheer brengen van zijn eigen aandelen, als verrassingsbeslissing. De A-G concludeert tot verwerping van beide beroepen. De OK heeft bij artikel 2:349a lid 2 BW een grote discretionaire vrijheid en hoeft slechts beperkt te motiveren. De getroffen voorzieningen zijn een logisch gevolg van het gedrag van de bestuurder en voldoen aan het proportionaliteitsvereiste. Toepassing van artikel 81 lid 1 RO wordt overwogen.2016-12-23Parket bij de Hoge Raad2016-12Boek 2 BW2:349a BW2:239 BW2:343 BW2:356 BW3:303 BW3:13 BWEnquêterecht