Week 51
Week 51 · 19 dec – 25 dec 2016 · 3 uitspraken
Boek 2 BW (3)
Tegenstrijdig belang bij concernfinanciering en hoofdelijke verbondenheid dochtervennootschappen; conclusie A-G
- Overig Boek 2
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
In een renvooiprocedure over een vordering van ruim 2,5 miljoen euro in het faillissement van een dochtervennootschap speelt de vraag of de dochters bij een concernfinanciering onbevoegd waren vertegenwoordigd wegens tegenstrijdig belang (artikel 2:256 BW oud). De A-G meent dat het hof het verweer over tegenstrijdig belang bij de indirect bestuurder niet kenbaar heeft behandeld of onvoldoende heeft gemotiveerd. De overige klachten, onder meer over de uitleg van de overeenkomst, falen. De conclusie strekt tot vernietiging en verwijzing.
ECLI:NL:PHR:2016:1319
Enquête: motivering en proportionaliteit onmiddellijke voorziening, benoeming bestuurder (art. 2:349a BW)
- Enquêterecht
- Geschillenregeling
- Boek 2 BW
In een enquêteprocedure bepleit de A-G verwerping van het cassatieberoep tegen de beslissing van de OK om als onmiddellijke voorziening een onafhankelijke bestuurder naast de zittende bestuurder te benoemen. Het treffen van een onmiddellijke voorziening is een discretionaire bevoegdheid, waarvoor in beginsel slechts een beperkte motivering nodig is, naarmate de voorziening ingrijpender is wordt de motiveringsplicht zwaarder. Een door de OK benoemde bestuurder is onafhankelijk en moet het vennootschappelijk belang dienen, niet uitsluitend dat van de verzoekende aandeelhouder.
ECLI:NL:PHR:2016:1346
Enquête: onmiddellijke voorzieningen, schorsing bestuurder en beheer van aandelen
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
De OK heeft in een enquêteprocedure een eerder getroffen onmiddellijke voorziening (benoeming van een bestuurder naast de zittende bestuurder) gehandhaafd. Daarnaast heeft zij de zittende bestuurder geschorst en alle aandelen in de vennootschap ten titel van beheer overgedragen, ook de aandelen van de minderheidsaandeelhouder. De houdstermaatschappij en de stichting administratiekantoor komen in cassatie. Zij klagen onder meer over strijd met proportionaliteit, onvoldoende motivering en miskenning van de gestelde belangen. De minderheidsaandeelhouder stelt incidenteel beroep in tegen het onder beheer brengen van zijn eigen aandelen, als verrassingsbeslissing. De A-G concludeert tot verwerping van beide beroepen. De OK heeft bij artikel 2:349a lid 2 BW een grote discretionaire vrijheid en hoeft slechts beperkt te motiveren. De getroffen voorzieningen zijn een logisch gevolg van het gedrag van de bestuurder en voldoen aan het proportionaliteitsvereiste. Toepassing van artikel 81 lid 1 RO wordt overwogen.
ECLI:NL:PHR:2016:1371