Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 9 oktober 2020
Onmiddellijke voorzieningen in enquête bij coöperatie met drie leden en patstelling
- Enquêterecht
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een enquêteprocedure bij een coöperatie met drie leden heeft de OK bij wijze van onmiddellijke voorziening een tijdelijk bestuurder en een tijdelijk commissaris met een doorslaggevende stem benoemd en de statutaire besluitvormingsdrempels aangepast om een patstelling te doorbreken. De A-G bespreekt de ruimte van de OK onder artikel 2:349a BW, de uitleg van de doorslaggevende stem en de motiveringseisen. Hij concludeert dat het cassatieberoep van het lid dat zich tegen deze voorzieningen verzet geen doel treft.
Kernoverwegingen
“De onderhavige enquêteprocedure is een voorbeeld bij uitstek van een zogenoemde ‘curatieve enquête’. De curatieve enquête wordt in de literatuur onderscheiden van enquêtes van ‘inquisitoire’ en ‘antagonistische’ aard. Deze twee laatstgenoemde archetypes laat ik hier verder onbesproken; die zijn niet, althans niet zozeer, aan de orde. De curatieve enquête is in het bijzonder gericht op de sanering en het herstel van gezonde verhoudingen binnen de onderneming van de rechtspersoon door het treffen van maatregelen van reorganisatorische aard. De curatieve enquête sluit daarmee aan bij het eerstgenoemde doeleinde van het enquêterecht, dat de Hoge Raad in zijn Ogem-beschikking aan de wetsgeschiedenis heeft ontleend:
“[D]e wetgever [heeft] blijkens de ontstaansgeschiedenis van de regeling van het enqu[ê]terecht, zoals deze is neergelegd in Boek 2 BW, als doeleinden van een enquête niet slechts beschouwd de sanering van en het herstel van gezonde verhoudingen door maatregelen van reorganisatorische aard binnen de onderneming van de betrokken rechtspersoon, maar tevens de opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid, terwijl bovendien van de mogelijkheid van de instelling van een enquête een preventieve werking zou kunnen uitgaan.”
Bij een curatieve enquête wordt het middel van de enquête door de verzoeker met name ingezet met de bedoeling een patstelling binnen (een orgaan van) de rechtspersoon te doorbreken of de […]”
r.o. 3.3
“Partijen slagen er niet in hun meningsverschillen in het belang van de Coöperatie ter zijde te stellen. Partijen zijn niet in staat om op korte termijn tot afspraken te komen gericht op duurzame samenwerking in het belang van de kinderen die, in het verzorgingsgebied van partijen, op speciaal onderwijs en jeugdzorg zijn aangewezen. Het gaat dan om afspraken over de wijze waarop partijen samenwerken, onder meer op het gebied van governance, aansturing, bedrijfsvoering en veiligheid, over de omvang van de kosten die aan de (voorzetting van de) samenwerking verbonden zijn, welke kosten al dan niet in de Coöperatie thuishoren en/of aan de Coöperatie mogen worden doorbelast en over de omvang van de bijdrage- en/of draagplicht van elk van partijen in die kosten.”
r.o. 3.7
“De Ondernemingskamer acht het met het oog op de toestand van Coöperatie noodzakelijk om de benoeming van [verweerster 4] als tijdelijk bestuurder van de Coöperatie, bij beschikking van 29 augustus 2019, te handhaven.”
r.o. 3.11