Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 18 november 2022
Curator vordert van bestuurder schade na selectieve betaling bank; Peeters/Gatzen-vordering?
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De curator in het faillissement van een houdstermaatschappij vordert van een bestuurder schadevergoeding wegens selectieve betaling aan de huisbank kort voor het faillissement, op grond van de artikelen 2:248, 2:9 en 6:162 BW. Het hof wees de vordering uit onrechtmatige daad toe als Peeters/Gatzen-vordering, namens de gezamenlijke schuldeisers. De A-G concludeert dat de curator alleen schade van de vennootschap zelf vorderde, zodat het hof meer heeft toegewezen dan gevorderd. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing.
Kernoverwegingen
“Ik roep voorts in herinnering wat een Peeters/Gatzen-vordering ook al weer is. In het Peeters/Gatzen-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat de faillissementscurator aan de hem in art. 68 lid 1 Fw gegeven opdracht tot het beheer en vereffening van de failliete boedel, de bevoegdheid ontleent om op te komen voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers door het instellen van een vordering tot schadevergoeding tegen een derde op de grond dat die derde jegens die schuldeisers een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Deze sindsdien zogeheten Peeters/Gatzen-vordering vindt haar grondslag in de benadeling van de gezamenlijke schuldeisers. Het betreft niet een vordering die de gefailleerde toekomt of van een vordering van de gefailleerde is afgeleid. Een Peeters/Gatzen-vordering kan niet worden ingesteld ten behoeve van een of meer bepaalde, individuele schuldeisers. Het collectieve belang staat voorop. Om van een Peeters/Gatzen-vordering te kunnen spreken dient de curator daarom te handelen ten behoeve van alle schuldeisers, zo blijkt onder meer uit het arrest Butterman q.q./Rabobank. Dat de curator voornemens is de opbrengst van de door hem ingestelde vordering in de boedel te laten vallen, werd in die zaak niet van belang geacht voor de beoordeling van de bevoegdheid van de curator om een Peeters/Gatzen-vordering in te stellen.”
r.o. 4.8
“Ten eerste duidt de in het petitum gekozen formulering niet op een Peeters/Gatzen-vordering. Met betrekking tot de hier relevante rechtsgrondslag (art. 6:162 BW) vordert de curator namelijk een veroordeling tot betaling van alle door Drent Holding geleden en te lijden schade. Dit geldt zowel voor het petitum in eerste aanleg (onder II) als voor het (gewijzigde) petitum in hoger beroep (onder II, hiervoor geciteerd in 3.3). Niet wordt gevorderd voor recht te verklaren dat [eiser] en [de medebestuurder] onrechtmatig hebben gehandeld jegens de gezamenlijke schuldeisers van Drent Holding en dat zij worden veroordeeld tot betaling van de door de gezamenlijke schuldeisers geleden en te lijden schade.”
r.o. 4.15
“Om al deze redenen, in onderlinge samenhang bezien, komt het mij voor dat onderdeel 1 terecht is voorgesteld.”
r.o. 4.23