← Week 19

Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 12 mei 2023

Doorwerking governance-afspraken via artikel 2:8 BW na omzetting in schadevergoeding

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een aandeelhouder-familielid vorderde dat een houdstervennootschap en haar administratiekantoor geen besluiten over de raad van commissarissen en de herstructurering nemen die strijdig zijn met governance-afspraken uit een vaststellingsovereenkomst, onder verwijzing naar artikel 2:8 BW. Het hof oordeelde dat die afspraken door een arbitraal vonnis waren omgezet in een schadevergoedingsverbintenis, zodat doorwerking via de redelijkheid en billijkheid was uitgesloten. De A-G concludeert dat de motiveringsklacht tegen die uitleg van het arbitrale vonnis faalt en adviseert verwerping van het cassatieberoep.

Kernoverwegingen

“In rov. 3.46, eerste alinea oordeelt het hof “dat [Holding] en STAK terecht aanvoeren dat de verplichtingen van [kind 1] en [kind 2] jegens [eiser] met betrekking tot de governance van de [Groep] uit hoofde van de SA zijn omgezet in een verplichting tot schadevergoeding”. In rov. 3.46, tweede alinea verbindt het hof consequenties daaraan. Daarbij redeneert het hof klaarblijkelijk langs de volgende schakels, met inachtneming van het processuele debat ter zake als geschetst onder 3.4.1-3.4.5 hiervoor. - Uit het CEPANI-vonnis volgt dat [kind 1] en [kind 2] niet zijn veroordeeld tot nakoming van deze verplichtingen, omdat zij daartoe inmiddels, gelet op de wijzigingen in de organen van [Holding] , niet meer zelfstandig in staat waren. - Deze verplichtingen uit hoofde van de SA, waarop Belgisch recht van toepassing is, zijn daarom omgezet - dus via het CEPANI-vonnis - in een verplichting tot betaling van vervangende schadevergoeding (naar Belgisch recht: uitvoering bij equivalentie). - Het verlies van zeggenschap van [eiser] als gevolg van de niet-nakoming van deze verplichtingen is uitdrukkelijk verdisconteerd in het bedrag van € 6 miljoen dat aan schadevergoeding is toegekend (zie 10.11 van het CEPANI-vonnis, geciteerd in rov. 3.1 sub ff). - Uit wat is overwogen in 10.12 van het CEPANI-vonnis volgt dat deze schadevergoeding niet (slechts) ziet op vergoeding van schade die reeds is geleden als gevolg van de wanprestatie, maar in de plaats treedt van de verplichting tot nakoming […]”

r.o. 3.4.6

“In het kader van de in hoger beroep voorliggende vraag of de verplichtingen van [kind 1] en [kind 2] jegens [eiser] met betrekking tot de governance van de [Groep] uit hoofde van de SA zijn omgezet in een verplichting tot schadevergoeding, zag het hof zich geconfronteerd met uiteenlopende lezingen van het CEPANI-vonnis door enerzijds [Holding] en STAK en anderzijds [eiser] c.s. In rov. 3.46 maakt het hof inzichtelijk dat en waarom het - net als [Holding] en STAK - komt tot bevestigende beantwoording van die vraag, met de daar eveneens uiteengezette consequenties van dien. Waarbij het hof op een beredeneerde wijze het CEPANI-vonnis duidt, mede onder verwijzing naar het citaat uit het CEPANI-vonnis in rov. 3.1 sub ff.”

r.o. 3.5.3

“M.i. is dit oordeel in rov. 3.46 niet onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd. Daarbij betrek ik dat de uitleg door het hof van de processtukken en standpunten van partijen, gelijk diens uitleg van het CEPANI-vonnis, een feitelijk karakter heeft en in cassatie slechts kan worden onderzocht op onbegrijpelijkheid; waarvan duidelijk geen sprake is. Dat het hof gezien die uitleg met rov. 3.46 voldoende ingaat op hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd, wat het hof dus niet tot een nog weer nadere motivering noopte. En dat ’s hofs vaststelling in rov. 3.46, tweede alinea, eerste zin (“Dit betekent”, etc.) in het logisch verlengde ligt van rov. 3.46, eerste alinea; net zoals diens vaststelling in rov. 3.46, tweede alinea, laatste zin (“Bijgevolg”, etc.) weer voortvloeit uit die eerste zin. Zie onder 1.2 sub (viii) en 3.4.1-3.4.7 hiervoor. Dit behoeft geen verdere toelichting.”

r.o. 3.5.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:PHR:2023:491
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Soort
Conclusie
Datum uitspraak
12 mei 2023
Datum publicatie
6 juni 2023
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 19 van 2023

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.