← Week 43

Rechtbank Amsterdam · 8 oktober 2026

VvE-besluit tot verwijdering te zware vloer: geen nietigheid of vernietigbaarheid

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een appartementseigenaar vecht een besluit van de vereniging van eigenaars aan om haar zware vloer met vloerverwarming te verwijderen, omdat de balklaag deze niet kan dragen. De kantonrechter toetst het besluit aan de artikelen 2:14, 2:15 en 2:8 BW, die via artikel 5:124 BW van toepassing zijn. Het besluit is niet nietig of vernietigbaar: de vereiste meerderheid is behaald en de vereniging kon in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit komen. De verzoeken, ook die om een vervangende machtiging, worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de voornoemde gedragsregel. Voor vernietiging van een besluit op deze grond is alleen plaats als de vereniging van eigenaars bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, bijvoorbeeld als de meerderheid haar machtspositie misbruikt of op andere wijze onvoldoende rekening houdt met de gerechtvaardigde belangen van een minderheid. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit.”

r.o. 4.3

“Anders dan [verzoeker] stelt, volgt uit de inhoud van de notulen van 29 mei 2026 niet dat de VvE heeft besloten dat [verzoeker] in haar opdracht en op haar kosten de gemeenschappelijke vloerconstructie moet laten aanpassen. Dat [verzoeker] volgens de notulen stelt “dat het een voorstel moet zijn voor de VvE om uit te voeren” brengt dat ook niet mee. Van nietigheid van het besluit wegens strijd met artikel 16 lid 1 MR2006 is dan ook geen sprake. [verzoeker] heeft geen andere gronden gesteld voor nietigverklaring van het besluit. Het verzoek tot nietigverklaring is daarom niet toewijsbaar.

Geen strijd met totstandkomingsbepalingen”

r.o. 4.7

“Uit de notulen van 29 mei 2026 blijkt dat alleen [verzoeker] niet heeft ingestemd met het stemvoorstel over het verwijderen van de vloer op de vierde verdieping en het aanpassen van de vloerconstructie vanaf de vierde verdieping. De overige eigenaars hebben voor het stemvoorstel gestemd. Het appartementsrecht met appartementsindex [nummer 3] vertegenwoordigt twee stemmen, terwijl de overige appartementsrechten elk één stem vertegenwoordigen. Hieruit volgt dat de besluitvorming met de vereiste meerderheid heeft plaatsgevonden, ook al is in die notulen het aantal uitgebrachte stemmen onjuist vermeld (vier in plaats van vijf stemmen). [verzoeker] heeft onvoldoende gesteld dat zij een redelijk belang als bedoeld in artikel 2:15 lid 3 sub a BW heeft bij vernietiging van het besluit op deze grond.

Toetsing aan de redelijkheid en billijkheid”

r.o. 4.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10086
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
22 oktober 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:8 BW, 2:14 BW, 2:15 BW, 5:124 BW, 5:121 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 43 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.