← Week 6

Rechtbank Amsterdam · 4 februari 2026

Nietigheid en vernietigbaarheid statutenwijziging coöperatie: aspirant-lidmaatschap en toezicht ledenraad

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een lid van een woningcoöperatie vorderde nietigverklaring of vernietiging van besluiten waarmee het aspirant-lidmaatschap werd ingevoerd en het toezicht op het bestuur werd gewijzigd. De rechtbank oordeelt dat het toelaten van nog niet-hurende leden past bij artikel 2:53 BW, omdat het lidmaatschap erop gericht is dat op termijn een huurovereenkomst tot stand komt. Ook is er geen grond voor vernietiging wegens strijd met redelijkheid en billijkheid (artikel 2:15 BW) en is de ledenraad niet beperkt tot financieel toezicht (artikel 2:40 BW). De vorderingen worden afgewezen.

Kernoverwegingen

“De rechtbank overweegt dat een coöperatie een samenwerkingsverband is gericht op materieel voordeel van haar leden. De coöperatie moet zich ten doel stellen het aangaan van overeenkomsten met haar leden. Al sinds 1918 kunnen niet-hurende leden volwaardig lid van de coöperatie zijn en [eiseres] is zelf ook een aantal jaren niet-hurend lid van de coöperatie geweest. Niet-hurende leden krijgen na het betalen van entreegeld, de contributie en het storten van een bedrag op een aandeel, een voorwaardelijk rechten op het huren van een woning van de coöperatie. Het lidmaatschap van de coöperatie is er dus steeds op gericht geweest om de leden te voorzien in een bepaalde stoffelijke behoefte, namelijk de huur van een woning. Dat geldt ook voor de leden die nog niet huurden. Het lidmaatschap heeft dus tot doel dat er op termijn naast het lidmaatschap een overeenkomst met het lid tot stand komt. Daarnaast dragen de nog niet-hurende leden met het betalen van het entreegeld, de contributie en het storten van een bedrag op een aandeel bij aan het kapitaal van de coöperatie.”

r.o. 4.10

“De rechtbank oordeelt daarom dat de toelating van leden die nog niet huren in overeenstemming is met artikel 2:53, eerste lid, BW.”

r.o. 4.11

“Artikel 2:15, eerste lid, aanhef en onder b, BW bepaalt dat een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar is als het in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Bij het toetsen van een besluit aan het bepaalde in artikel 2:15, eerste lid, aanhef en onder b BW is de maatstaf of het orgaan alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid tegen elkaar heeft afgewogen. Uitgangspunt is dat de rechter bij de beoordeling terughoudendheid past (HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013: BZ9145).”

r.o. 4.17

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:1032
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
4 februari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:53 BW, 2:15 BW, 2:40 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Besluitvorming en vernietigbaarheid
Weekoverzicht
Week 6 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.