Rechtbank Amsterdam · 16 januari 2026
Artikel 2:15 lid 4 BW: verzoek om geen vertegenwoordiger van stichting aan te wijzen afgewezen
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een stichting verzocht de voorzieningenrechter te bepalen dat in een lopende procedure tegen haar, mede ingesteld door een van haar bestuurders, géén persoon wordt aangewezen die het bestuur vervangt op grond van artikel 2:15 lid 4 BW. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af: het artikel biedt geen grondslag voor zo'n negatief geformuleerde beslissing en de bodemrechter kan zo nodig zelf over aanwijzing beslissen.
Kernoverwegingen
“De strekking van dit artikel is om erin te voorzien dat bij eenhoofdige bestuurders, of bij samenspanning van meerdere bestuurders, iemand aan te wijzen die de belangen van de rechtspersoon behartigt in een geding waar vernietiging van een besluit voorligt (Kamerstukken II 1982-1983, nrs. 1-3).”
r.o. 3.2
“Met het primaire verzoek wordt een beslissing gevraagd dat geen persoon als bedoeld in artikel 2:15 lid 4 BW wordt aangewezen. Voor een dergelijke, negatief geformuleerde beslissing biedt artikel 2:15 lid 4 BW geen grondslag.”
r.o. 3.3
“Uit het primair verzochte volgt dat ook geen belang bestaat bij het subsidiair verzochte. Immers, het eerste dat verzoekster wil is juist geen persoon aan te wijzen.”
r.o. 3.4