Rechtbank Amsterdam · 11 maart 2026
Rechtsmacht Nederlandse rechter bij bestuurders- en aandeelhoudersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een vennootschap in liquidatie stelt de moedermaatschappijen, bestuurders en feitelijk beleidsbepalers van een Nederlandse houdstermaatschappij aansprakelijk uit onrechtmatige daad wegens vermogensonttrekking, waardoor een verplichting tot het aanhouden van netto activa zou zijn geschonden. In een incident betwisten de grotendeels buitenlandse gedaagden de rechtsmacht. De rechtbank Amsterdam oordeelt dat het Handlungsort in Nederland ligt, omdat de houdstermaatschappij hier haar zetel, kantoor en bedrijfsvoering had, en dat dit ook geldt voor feitelijk beleidsbepalers. De incidentele vordering wordt afgewezen.
Kernoverwegingen
“Voor vorderingen die ertoe strekken een derde (zoals een bestuurder of een aandeelhouder) aansprakelijk te stellen voor de schulden van een vennootschap, bevindt het Handlungsort zich in de plaats waarmee de door die vennootschap verrichte werkzaamheden en de financiële situatie met betrekking tot die werkzaamheden verband houden (HvJEU 18 juli 2013, ECLI:EU:C:2013:490, ÖFAB/Koot). Uit het arrest BMA Nederland (HvJEU 10 maart 2022, ECLI:EU:C:2022:173) kan worden afgeleid dat de invulling van het begrip bestuurdersaansprakelijkheid niet is beperkt tot de specifieke vorm van bestuurdersaansprakelijkheid die in het arrest-ÖFAB/Koot aan de orde was.”
r.o. 5.5
“Het gaat hier onderliggend om de gestelde niet-nakoming van de contractuele verplichtingen van de Nederlandse vennootschap MND Nederland, die later is opgegaan in (thans) KBOC, meer in het bijzonder het niet aanhouden van een Netto Activa Verplichting door MND Nederland. Voor die niet-nakoming houdt CanArgo de moedermaatschappijen, aandeelhouders, bestuurders en feitelijk beleidsbepalers van MND Nederland aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatig handelen. MND Nederland en KBOC hadden hun statutaire zetel ten tijde van het gestelde onrechtmatig handelen in Nederland en ook het kantoor van die vennootschappen bevond zich in Nederland. Er mag vanuit worden gegaan dat zij op de plaats van hun vestiging hun werkzaamheden als houdstermaatschappijen (het houden van aandelen van verbonden maatschappijen en de specifiek daaraan verbonden activiteiten) uitvoerden en dat op die plek informatie over de financiële toestand van de vennootschappen beschikbaar is. Bij gebrek aan andere gegevens moet het er daarom voor worden gehouden dat de bedrijfsvoering van MND Nederland en KBOC in Nederland plaatsvond en dat Nederland ook de plaats is waarmee de door MND Nederland en KBOC verrichte werkzaamheden, evenals de financiële situatie met betrekking tot die werkzaamheden, verband houden. Dat de (toenmalig) bestuurders van MND Nederland en KBOC hun bestuurstaken feitelijk ook op andere plaatsen hebben vervuld dan Nederland, zoals MND AG c.s. aanvoeren, acht de rechtbank niet doorslaggevend. Het […]”
r.o. 5.6