← Week 30

Rechtbank Amsterdam · 27 mei 2026

Bestuurdersaansprakelijkheid SPV-bestuurders via Ontvanger/Roelofsen bij onbetaalde additionele koopsom

  • Aansprakelijkheid deels toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Een verkoper van vastgoed vordert van de koper (een SPV) en haar middellijk bestuurders betaling van een voorwaardelijke additionele koopsom van € 650.000. De rechtbank wijst dit toe: een afwijkende mondelinge verrekeningsafspraak is onvoldoende concreet gesteld. De bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk op grond van het tweede Ontvanger/Roelofsen-criterium, omdat zij hebben bewerkstelligd dat de SPV haar verplichtingen niet nakwam en geen verhaal bood. De vrijwaringsvordering tegen de bestuurders van de huurder wordt afgewezen.

Kernoverwegingen

“Het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap die de verbintenis is aangegaan tot nakoming kan worden aangesproken. In het algemeen mag alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld als hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 december 2006 overwogen dat persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan worden aangenomen als hij (i) namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden, of (ii) als hij heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar contractuele verplichtingen niet nakomt en ook geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan optredende schade (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger/Roelofsen, rov. 3.5).”

r.o. 4.11

“Op grond van het onder (ii) genoemde criterium zijn ook JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] aansprakelijk voor de schuld van JGM Fund. Daarbij is het volgende van belang. Vast staat dat JGM Fund niet heeft voldaan aan haar verplichting om de additionele koopsom ten behoeve van RA Investment in depot bij de notaris te storten in afwachting van de verlening van de vergunningen. Logischerwijs is deze afspraak gemaakt juist omdat JGM Fund een SPV is en verder niet over middelen beschikt waarop RA Investments zich kan verhalen indien JGM Fund haar verplichting tot betaling van de additionele koopprijs niet nakomt. Door enerzijds niet in de overeengekomen zekerheid voor verhaal te voorzien en vervolgens ook niet de van Proxima ontvangen additionele koopprijs aan te wenden om haar verplichting aan RA Investment te voldoen, heeft JGM Fund jegens RA Investment onrechtmatig gehandeld. Door het bewerkstelligen van deze werkwijze hebben bestuurders [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] en JGM Group het ertoe geleid dat JGM Fund haar verplichtingen aan RA Investment niet nakomt en geen verhaal biedt voor de daardoor door RA Investments geleden schade. Hen treft daarom een persoonlijk en ernstig verwijt.”

r.o. 4.12

“De vordering in vrijwaring kan niet worden toegewezen. Uit de stellingen van JGM c.s. volgt dat JGM Fund met Proxima is overeengekomen dat als Lijfering geen additionele waarborgsom zou verstrekken, Proxima een gelijk bedrag zou inhouden op de additionele koopsom die zij aan JGM Fund zou uitbetalen. [gedaagden id vrijw] hebben onweersproken aangevoerd dat zij geen enkele betrokkenheid hebben gehad bij deze afspraak tussen JGM Fund en Proxima en daarvan ook niet op de hoogte waren. Dit maakt dat zelfs als [gedaagden id vrijw] het ertoe hebben geleid dat Lijfering de huurovereenkomst is aangegaan met Proxima terwijl zij wisten dat Lijfering de daaronder verschuldigde waarborgsom niet zouden kunnen betalen en geen verhaal zou bieden, niet valt in te zien op grond waarvan dat onrechtmatig is ten opzichte van JGM c.s. Dat het niet storten van de waarborgsom door Lijfering ook nadelige gevolgen heeft gehad voor JGM Fund, is het gevolg van de afspraken die zij met Proxima heeft gemaakt en niet van enig onrechtmatig handelen of nalaten van Lijfering ten opzichte van JGM Fund, laat staan dat daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt aan [gedaagden id vrijw] als haar bestuurders.

Proceskosten”

r.o. 4.25

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:5679
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
27 mei 2026
Datum publicatie
21 juli 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
deels toegewezen
Weekoverzicht
Week 30 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.