Rechtbank Den Haag · 11 juni 2026
Machtiging tot omzetting van stichting in vereniging ex artikel 2:18 BW
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een stichting op cultureel gebied verzocht de rechtbank om machtiging om zich om te zetten in een vereniging op grond van artikel 2:18 BW. De rechtbank oordeelde dat het omzettingsbesluit volgens wet en statuten was genomen en dat de conceptakte een vermogensklem bevatte conform artikel 2:18 lid 6 BW. De machtiging is verleend.
Kernoverwegingen
“Verzoekster legt aan het verzoek het volgende ten grondslag. Bij bestuursbesluit van 11 maart 2026 is besloten tot omzetting van verzoekster in een vereniging. Verzoekster verwacht dat de omzetting zal leiden tot een grotere betrokkenheid van de deelnemers bij haar activiteiten omdat de deelnemers na omzetting als leden aan de vereniging verbonden zijn.”
r.o. 2.4
“Uit het verzoekschrift is gebleken dat het besluit tot omzetting en wijziging van de statuten met inachtneming van de wet en de statuten is genomen. De (concept-) omzettingsakte bevat in artikel 14 lid 4 een bepaling die in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 2:18 lid 6 BW, “een vermogensklem”, die (het bestuur van) de vereniging na omzetting in acht zal moeten nemen. Aangezien het verzoek aan de wettelijke vereisten voldoet en er geen aanleiding is gebleken om de machtiging te weigeren, wordt het verzoek toegewezen.”
r.o. 2.5