← Week 17

Rechtbank Den Haag · 4 maart 2026

Persoonlijke aansprakelijkheid (oud)bestuurders en commissarissen zorgaanbieder wegens onrechtmatige declaraties

  • Aansprakelijkheid toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Zorgverzekeraars vorderen terugbetaling van declaraties over 2017 van een zorgaanbieder die niet meewerkte aan een materiële controle. De rechtbank oordeelt dat de zorgaanbieder tekortschoot en dat ook de (oud)bestuurders en (oud)commissarissen persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het subsidiair gevorderde bedrag van ruim € 2,9 miljoen. Matiging en verjaring worden verworpen.

Kernoverwegingen

“Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Op basis van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn er verschillende categorieën van bestuurdersaansprakelijkheid te onderscheiden. Eén van de categorieën betreft de situatie dat een bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt, terwijl de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden. Vereist is dat de bestuurder van de gang van zaken een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.”

r.o. 5.17

“Het lag op de weg van de bestuurders van Sion om ervoor te zorgen dat de door Sion ingediende declaraties in overeenstemming waren met de voorwaarden van de Betaalovereenkomst en dat tijdens de materiële controle de informatie zou worden aangeleverd die de zorgverzekeraars nodig hadden om de rechtmatigheid van de declaraties te kunnen controleren. Voor Bestuurder 1 moet duidelijk zijn geweest dat Sion door voormelde wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg, geen zicht had op de juistheid en rechtmatigheid van die declaraties. Ook moet voor haar duidelijk zijn geweest dat het voor de verzekeraars door haar opstelling niet mogelijk was het materiële onderzoek uit te voeren. Bestuurder 2 is uit beeld gebleven en in januari 2019 afgetreden als bestuurder, terwijl uit haar toelichting ter zitting blijkt dat zij toen wist dat het onderzoek van de verzekeraars was aangekondigd. Ervan uitgaande dat Bestuurder 2 tot haar aftreden samen met Bestuurder 1 het beleid van Sion bepaalde, geldt hetgeen hiervoor over de wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg over Bestuurder 1 is overwogen ook voor haar.”

r.o. 5.22

“Kortom, Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben als (oud)bestuurders van Sion toegelaten dat Sion haar verplichtingen jegens de verzekeraars heeft geschonden. Voor Bestuurder 1 en Bestuurder 2 moet voorzienbaar zijn geweest dat de verzekeraars een vordering op Sion zouden verkrijgen wegens onterechte of oncontroleerbare declaraties. Daarvan valt hen persoonlijk een ernstig verwijt te maken. Geen redelijk denkend bestuurder had onder dezelfde omstandigheden kunnen veronderstellen dat Sion met de hiervoor beschreven handelwijze voldeed aan haar (contractuele en wettelijke) verplichtingen. Bestuurder 1 en Bestuurder 2 hebben niet bestreden dat zij wisten of behoorden te begrijpen dat Sion geen verhaal zou bieden bij een terugbetalingsvordering of vordering tot schadevergoeding en dat de verzekeraars als gevolg van hun handelen schade zouden lijden. De verzekeraars kunnen daarom Bestuurder 1 en Bestuurder 2 ook aanspreken voor de door hen geleden schade.

De verzekeraars kunnen zich ook verhalen op de twee oud-commissarissen”

r.o. 5.28

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5069
Instantie
Rechtbank Den Haag
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
4 maart 2026
Datum publicatie
24 april 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:9 BW, 6:74 BW, 6:203 BW, 6:109 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
toegewezen
Weekoverzicht
Week 17 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.