Rechtbank Den Haag · 16 maart 2026
Gerechtelijke statutenwijziging stichting zonder raad van toezicht toegewezen
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Het bestuur van een stichting verzocht de rechtbank de statuten te wijzigen omdat de stichting door het ontbreken van alle toezichthouders niet meer bestuurbaar was. De rechtbank wijst het verzoek toe op grond van artikel 2:294 BW, omdat de noodzaak is aangetoond en de wijziging niet verder gaat dan strikt noodzakelijk.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 2:294 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van een oprichter, het bestuur of het Openbaar Ministerie de statuten wijzigen als ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild en de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien of zij die de bevoegdheid tot het wijzigen van de statuten hebben dit nalaten. Hierbij dient de rechtbank zo min mogelijk af te wijken van de bestaande statuten en niet verder te gaan dan strikt noodzakelijk om het ongewenste gevolg weg te nemen.”
r.o. 3.1
“Naar het oordeel van de rechtbank hebben verzoeksters de noodzaak van de statutenwijziging voldoende duidelijk gemaakt. Aangezien het verzoek aan alle vereisten van artikel 2:294 BW voldoet en de verzochte wijziging niet verder gaat dan strikt noodzakelijk, zal de rechtbank het verzoek toewijzen en de statuten wijzigen zoals opgenomen onder 4. van deze beschikking”
r.o. 3.3
“Op grond van artikel 2:302 BW is reeds bepaald dat de griffier voor inschrijving van deze beschikking zorgdraagt. Een schriftelijk verzoek is daarvoor niet nodig.”
r.o. 3.4