Rechtbank Den Haag · 3 april 2026
Stichting: bestuursconflict, tijdelijk voorzitter benoemd als nieuwe voorlopige voorziening
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
In een geschil over het ontslag van bestuurders van een stichting benoemt de rechtbank bij wijze van nieuwe voorlopige voorziening een bestuurder tot tijdelijk voorzitter, omdat beide kampen in het bestuur vertrouwen in hem hebben. Hij krijgt een instemmingsrecht bij bestuursbesluiten en de exclusieve vertegenwoordigingsbevoegdheid. Hij moet een statutenwijziging en een nieuwe samenstelling van bestuur, raad van advies en kascommissie voorbereiden, zoals de onderzoeker had aanbevolen. De procedure wordt drie maanden aangehouden.
Kernoverwegingen
“Alle betrokken partijen hebben het vertrouwen uitgesproken dat [verweerder 4] in staat is om het tij in het bestuur van de Stichting te keren. Ook [verweerder 4] heeft desgevraagd bevestigd deze verantwoordelijkheid op zich te kunnen en willen nemen. Omdat beide ‘kampen’ vertegenwoordigd in het bestuur vertrouwen hebben in [verweerder 4] zal de rechtbank hem bij wijze van nieuwe voorlopige voorziening tot tijdelijk voorzitter van het bestuur van de Stichting benoemen. De voorlopige voorziening uit de beschikking van 25 februari 2025 komt te vervallen. Het is van belang dat [verweerder 4] de ruimte krijgt om de door mr. Gielen aanbevolen stappen voor te bereiden. Het gaat er daarbij dus met name om dat [verweerder 4] in overleg met een door hem namens de Stichting te kiezen notaris een statutenwijziging voorbereidt waarin de breed gedragen aanbevelingen van mr. Gielen gestalte krijgen, en hij een goede en door beide ‘kampen’ ondersteunde samenstelling van het bestuur, de in te stellen raad van advies (geen toezichthoudend, maar een adviserend orgaan) en een kascommissie voorbereidt. Voor bestuursleden dient een maximumbenoemingstermijn te worden bepaald met een eenmalige mogelijkheid tot herbenoeming voor dezelfde duur.De rechtbank zal bepalen dat [verweerder 4] voor de duur van dit geding (exclusief) voorzitter is van het bestuur, dat geen besluiten door het bestuur kunnen worden genomen zonder zijn instemming, terwijl voorts [verweerder 4] voor de duur van dit geding […]”
r.o. 3.2
“[verweerder 4] dient de opgestelde conceptstatuten en het conceptvoorstel voor de bemensing van het bestuur, de raad van advies en de kascommissie af te stemmen met alle betrokkenen in deze procedure. Wanneer dat is gedaan, rapporteert [verweerder 4] hierover aan de rechtbank. Daarbij dient hij te vermelden of alle betrokkenen instemmen met de voorstellen en of [verweerder 4] in staat is om deze zonder verdere bijstand van de rechtbank te realiseren. Als dat het geval is, zal de rechtbank de voorlopige voorziening doen eindigen per een nader te bepalen tijdstip. Zouden echter niet alle betrokkenen instemmen met de voorstellen zoals [verweerder 4] die heeft opgesteld, dan rapporteert hij daarover met een aanduiding welke impasses er nog bestaan. In dat geval zal de rechtbank daarna een nieuwe mondelinge behandeling bepalen om deze voorstellen te bespreken met alle betrokkenen, bezien of alsnog een oplossing in der minne te bereiken valt, en zo nog nodig daarna te beslissen. Gelet op de eenstemmigheid van alle betrokkenen neemt de rechtbank aan dat ingrijpen van de rechtbank niet (meer) nodig zal zijn.
De procedure wordt aangehouden in afwachting van het rapport van [verweerder 4]”
r.o. 3.3
“De rechtbank zal de procedure drie maanden (pro forma) aanhouden in afwachting van de rapportage van [verweerder 4] , waarvan in ieder geval deel uitmaakt:
een conceptakte statutenwijziging, een voorstel voor de samenstelling van het bestuur met een rooster van aftreden voor de periode nadat de statuten zijn gewijzigd, en een bereidverklaring af te treden van die huidige bestuurders die na de statutenwijziging geen bestuurder meer zullen zijn; een voorstel voor de samenstelling van de raad van advies en de kascommissie, dadelijk na de statutenwijziging te benoemen door het bevoegde orgaan.
Mocht [verweerder 4] onverhoopt meer tijd nodig hebben, dan kan hij dit aan de rechtbank kenbaar maken.
4. De beslissing
De rechtbank”
r.o. 3.4