← Week 15

Rechtbank Gelderland · 9 april 2026

Ontbinding arbeidsovereenkomst statutair bestuurder stichting na ontslag; artikel 2:298a BW en opzegverbod

  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een onderwijsstichting verzoekt de arbeidsovereenkomst met haar statutair bestuurder te ontbinden, nadat de raad van toezicht hem had ontslagen maar het opzegverbod bij ziekte gold. De rechtbank oordeelt dat artikel 2:298a BW, dat herstel van de arbeidsovereenkomst van de stichtingsbestuurder uitsluit, meebrengt dat de 15-april-arresten ook voor stichtingsbestuurders gelden. Zij ontbindt de arbeidsovereenkomst; beide partijen handelden verwijtbaar maar niet ernstig verwijtbaar, zodat de bestuurder recht heeft op de transitievergoeding.

Kernoverwegingen

“[de verweerder] heeft niet de vernietiging van het ontslagbesluit van 23 september 2025 ingeroepen. Daarom moet ervan uit worden gegaan dat dit besluit rechtsgeldig is en de rechtspersoonsrechtelijke relatie per die datum is beëindigd.”

r.o. 5.3

“Uit de ‘15-april arresten’ (HR 15 april 2005, NJ 2005/484 inzake Unidek en HR 15 april 2005, NJ 2005/483 inzake Bartelink/Ciris) vloeit voort dat het rechtspersoonsrechtelijk ontslag tevens een beëindiging van de arbeidsovereenkomst meebrengt, tenzij een wettelijk ontslagverbod aan die beëindiging in de weg staat of partijen anders zijn overeengekomen. Uit het - met de WBTR ingevoerde - artikel 2:298a BW volgt dat een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en de bestuurder niet door de rechter kan worden uitgesproken. In de memorie van toelichting bij de WBTR (Kamerstukken II, 2015/16, 34 491, nr. 3 p. 18) wordt met betrekking tot artikel 2:298a BW het volgende vermeld: “Met deze bepaling wordt recht gedaan aan het belang van de rechtspersoon om bestuurd te worden door personen die het vertrouwen genieten van het orgaan dat voor de samenstelling van het bestuur verantwoordelijk is. De regel geldt thans reeds voor de NV (artikel 2:134 lid 3 BW), de BV (artikel 2:244 lid 3 BW), de vereniging (artikel 2:37 lid 6 BW) en de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij (artikelen 2:37 lid 6 en 2:53a lid 1 BW). Omdat het vertrouwen in de bestuurder ook bij de stichting van wezenlijk belang is, komt de genoemde regel ook voor stichtingen te gelden.” Dit heeft tot gevolg dat artikel 7:671 lid 1 sub e BW, waarin is bepaald dat de arbeidsovereenkomst van een bestuurder van een rechtspersoon zonder zijn schriftelijke instemming kan worden beëindigd […]”

r.o. 5.4

“Niet in geschil is dat [de verweerder] zich per 8 juli 2025 heeft ziekgemeld, en dat die arbeidsongeschiktheid onverminderd voortduurt. Ook op 23 september 2025, toen het ontslagbesluit werd genomen, was [de verweerder] nog volledig arbeidsongeschikt als gevolg van ziekte. Dat betekent dat het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 lid 1 sub a BW) van toepassing was en nog steeds is. Dit betekent ook dat, gelet op de hiervoor genoemde ’15-april arresten’, het rechtspersoonsrechtelijke ontslag van [de verweerder] niet tevens de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tot gevolg heeft gehad. Daarvoor is een aparte beëindigingshandeling vereist. Dat is de reden dat LeF de rechtbank verzoekt om de arbeidsovereenkomst met [de verweerder] te ontbinden.”

r.o. 5.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2687
Instantie
Rechtbank Gelderland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
9 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:298a BW, 2:134 BW, 2:244 BW, 2:37 BW, 2:53a BW, 7:671 BW, 7:670 BW, 7:671b BW, 7:673 BW
Thema
Vereniging, stichting en coöperatie, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 15 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.