Rechtbank Gelderland · 22 april 2026
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders verkoper bedrog afgewezen wegens gezag van gewijsde
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een voormalig indirect bestuurder en aandeelhouder van een kopende vastgoedvennootschap spreekt onder meer de twee bestuurders van de verkopende vennootschap persoonlijk aan wegens bedrog (artikel 6:162 BW). De rechtbank wijst dit af omdat de rechtbank Limburg over dezelfde verwijten al onherroepelijk heeft geoordeeld; dat vonnis heeft gezag van gewijsde (artikel 236 Rv). Ook de vorderingen tegen de financierende bank en een bankmedewerker worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“[de eiser] licht zijn vordering op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als volgt toe. Volgens hem is onherroepelijk in rechte vastgesteld dat BricXchange schadeplichtig is. Hij doelt daarmee op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 september 2023. Omdat volgens [de eiser] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de onrechtmatige en strafbare handelingen feitelijk hebben verricht, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk en schadeplichtig. Subsidiair betoogt [de eiser] dat op grond van de feiten die het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vastgesteld niet anders kan worden geoordeeld dan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ernstig bedrog hebben gepleegd. Daarvan kan hun persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. [de eiser] concludeert dat zij als bestuurders aansprakelijk zijn voor de schade die daarvan het gevolg is.”
r.o. 5.13
“De rechtbank overweegt hierover het volgende. Beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en die zijn vervat in een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (art. 236 lid 1 Rv). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] doen een beroep op dit zogeheten gezag van gewijsde.”
r.o. 5.16
“De verwijten die [de eiser] in de onderhavige procedure aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] maakt, zijn dezelfde verwijten die hij (samen met [betrokkene 1] en Mamelis) aan hen in de procedure bij de rechtbank Limburg heeft gemaakt. Ook in de onderhavige procedure maakt [de eiser] [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het verwijt dat BricXchange zich ten onrechte heeft voorgedaan als makelaar, dat zij ten onrechte hebben verzwegen dat BricXchange het complex kort van tevoren voor € 1,5 miljoen van Saint-Gobain had gekocht en dat zij ten onrechte Medcom als goede huurder hebben gepresenteerd. Over die verwijten heeft de rechtbank Limburg al geoordeeld dat zij niet terecht zijn. Naar het oordeel van de rechtbank Limburg heeft BricXchange bij de verkoop van het complex aan Mamelis niet onrechtmatig gehandeld jegens Mamelis, [de eiser] of [betrokkene 1] en zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet jegens hen aansprakelijk. Daarom heeft de rechtbank Limburg de vordering van [de eiser] , [betrokkene 1] en Mamelis bij vonnis van 20 juli 2016 afgewezen. Dat vonnis is onherroepelijk geworden. De beslissing van de rechtbank Limburg heeft daarom in de onderhavige procedure gezag van gewijsde. Op die grond zal de rechtbank de vordering van [de eiser] op [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afwijzen.”
r.o. 5.17