Rechtbank Limburg · 30 september 2026
Bedrijfsovername: ontbindende voorwaarde financiering, gebruiksvergoeding; bestuurders niet persoonlijk aansprakelijk
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Verkopers van een onderneming vorderen na een mislukte overname betaling van de koopsom en schadevergoeding van de koper-BV en haar bestuurders. De rechtbank oordeelt dat het beroep op de financieringsvoorwaarde slaagt en wijst de schadevorderingen af. Alleen een beperkte gebruiksvergoeding wordt toegewezen, uitsluitend jegens de BV, omdat geen feiten zijn gesteld die persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders rechtvaardigen.
Kernoverweging
“Het voorgaande betekent dat de rechtbank de door eisers gevorderde gebruiksvergoeding zal afwijzen. Nu gedaagden hebben aangegeven dat zij een te betalen gebruiksvergoeding van € 2.000,- redelijk vinden, zal de rechtbank – bij gebrek aan andere vast te stellen aanknopingspunten voor het bepalen van een gebruiksvergoeding en nu haar dit bedrag redelijk voorkomt – dit bedrag toewijzen (hetgeen gelet op het tijdvak neerkomt op een gebruiksvergoeding van (€ 2.000 : 4 =) € 500,- per maand). De hierover gevorderde wettelijke handelsrente zal worden afgewezen, omdat in dit verband geen sprake is van een puur zakelijke transactie. De wettelijke rente hierover is toewijsbaar vanaf het moment dat gedaagden in verzuim zijn. Nu eisers hier niets (concreets) over hebben gesteld, zal de rechtbank aansluiten bij de dag van dagvaarding vanaf welk moment gedaagden in ieder geval in verzuim zijn (13 januari 2026). De vorderingen van eisers onder 2. en 4. worden met inachtneming van het voorgaande dus deels toegewezen op de wijze zoals in het dictum is bepaald. Gezien hetgeen eisers in randnummer 51 van de dagvaarding omtrent de persoonlijke aansprakelijkheid van gedaagden sub 2 tot en met sub 5 als bestuurders van de BV hebben gesteld, hebben deze stellingen geen betrekking op de onder 2 ingestelde vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding. Nu ook overigens geen feiten zijn gesteld waarom gedaagden sub 2 tot en met sub 5 persoonlijk aansprakelijk zijn voor de wijze waarop de BV ten […]”
r.o. 4.17