← Week 6

Rechtbank Limburg · 30 januari 2026

Faillissementsverzoek afgewezen: aansprakelijkheid artikel 2:203 BW niet summierlijk gebleken

  • Aansprakelijkheid afgewezen
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een verhuurder verzocht de faillietverklaring van een natuurlijke persoon die volgens haar op grond van artikel 2:203 BW aansprakelijk was voor een huurovereenkomst, gesloten namens een vennootschap in oprichting, en daarnaast persoonlijk garant stond. De rechtbank oordeelt dat niet summierlijk blijkt dat de rechtshandeling niet door de vennootschap is bekrachtigd, en dat de garantstelling mogelijk terecht door de echtgenote is vernietigd. Het faillissementsverzoek wordt afgewezen.

Kernoverwegingen

“Verzoeker baseert diens vordering op een op 18 december 2024 gesloten huurovereenkomst tussen verzoeker en Yellow Gym XIX B.V. i.o. Omdat verweerder heeft nagelaten deze rechtshandeling te bekrachtigen is hij ingevolgde artikel 2:203 Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de ontstane vordering, dat is althans het standpunt van verzoeker.”

r.o. 2.3

“Uit de concerngarantie, opgesteld op 30 december 2024, van Yellow Gym HQ B.V. leidt de rechtbank echter af dat Yellow Gym XIX B.V. na haar oprichting en inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel voornoemde rechtshandeling wellicht wel heeft bekrachtigd. Gelet op de stelling dat de huurovereenkomst niet is bekrachtigd, is het bovendien bijzonder te noemen dat verzoeker in een eerdere ontruimingsprocedure Yellow Gym XIX B.V. heeft gedagvaard in plaats van verzoeker. Er blijkt dus niet summierlijk dat verweerder op deze grond aansprakelijk is voor betaling van de opeisbare vordering die verzoeker aan het verzoek ten grondslag legt.”

r.o. 2.4

“Hiernaast stelt verzoeker dat verweerder zich persoonlijk garant heeft gesteld. Verweerder voert echter aan dat op grond van artikel 1:88 BW toestemming had moeten worden verkregen van zijn echtgenoot, die een beroep heeft gedaan op vernietiging van de rechtshandeling. Volgens verzoeker was toestemming niet nodig omdat de overeenkomst is gesloten ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening van de vennootschap. De rechtbank stelt hier vraagtekens bij. Het sluiten van een standaardhuurovereenkomst is wellicht zo te kwalificeren voor de bedrijfsuitoefening van een sportschool, maar in dezen ging het om veel meer dan een standaardhuurovereenkomst. Immers zag de garantstelling niet alleen op betaling van de huur, maar strekte die tot zekerheid ‘voor volledige nakoming van alle verplichtingen in verband met of uit hoofde van deze huurovereenkomst, daaronder ook begrepen de nakoming van de afbouw van het gehuurde conform de bijlage “calculatie Goor”’. Met dit laatste was een investeringsbijdrage van € 200.000,- gemoeid. Verzoeker lijkt zich op het standpunt te willen stellen dat de opeisbare vordering die ten grondslag wordt gelegd aan het verzoek enkel ziet op huurpenningen, en dat dit onder de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW valt zodat geen toestemming van de echtgenoot nodig was, maar dat miskent dat de rechtshandeling, de garantstelling, een geheel vormt. Deze rechtshandeling omvat een garantstelling voor verplichtingen die zonder nadere toelichting (grotendeels) niet […]”

r.o. 2.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:1264
Instantie
Rechtbank Limburg
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
30 januari 2026
Datum publicatie
6 februari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:203 BW, 1:88 BW, 1:89 BW
Thema
Overig Boek 2
Uitkomst aansprakelijkheid
afgewezen
Weekoverzicht
Week 6 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.