Rechtbank Limburg · 18 februari 2026
Nietig sanctiebesluit commissie van beroep golfvereniging; ontzetting en bestuursverkiezing
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een lid van een golfvereniging werd door het bestuur ontzet; de commissie van beroep vernietigde dat besluit en legde in plaats daarvan een schorsing op. De rechtbank oordeelt dat de bestuursverkiezing rechtsgeldig was, onder meer omdat op een groep leden gestemd mocht worden. De commissie van beroep had volgens de statuten en het huishoudelijk reglement echter geen bevoegdheid om zelf een sanctie op te leggen. Dat deel van haar besluit is nietig op grond van artikel 2:14 lid 1 BW.
Kernoverwegingen
“Gelet op wat bepaald is in artikel 2:37 BW, de statuten en het huishoudelijk reglement van [ gedaagde partij] verwerpt de rechtbank het betoog van [eisende partij] dat tijdens de verkiezing van het bestuur niet op een groep leden gestemd mocht worden. Nergens is bepaald dat alleen gestemd mag worden op individuele leden en niet op een groepje leden dat kenbaar gemaakt heeft alleen als collectief het bestuur te willen vormen. Een stem op een groep leden staat gelijk aan het stemmen op alle individuele leden die deel uitmaken van dat groepje.”
r.o. 4.12
“De rechtbank overweegt dat de wet zich niet er tegen verzet dat een vereniging andere ‘aangeslotenen’ kent dan leden. Zij worden in de statuten vaak aangeduid als bijvoorbeeld juniorleden en buitenleden. Tussen de vereniging en de aangeslotenen bestaat een contractuele verhouding in plaats van een institutionele lidmaatschapsverhouding. De bepalingen uit Boek 2 BW omtrent lidmaatschap gelden niet voor deze betrekking. Artikel 4 lid 10 onder a van de statuten bepaalt dat onder meer jeugdleden en bedrijfslidmaatschappen dezelfde rechten en verplichtingen hebben als in of krachtens de statuten aan leden zijn toegekend en opgelegd met dien verstande dat zij geen vergaderrecht of stemrecht hebben, met dien verstande dat zij wel door het bestuur uitgenodigd kunnen worden voor een ledenvergadering en daarbij het recht krijgen in deze vergadering het woord te voeren. Uit het voorgaande volgt dat het uitsluiten van juniorleden en bedrijfsleden van stemrecht in de statuten niet in strijd is met artikel 2:38 BW.
Slotsom”
r.o. 4.19
“In artikel 23 lid 12 van het huishoudelijk reglement leest de rechtbank niet dat de Commissie van Beroep in haar uitspraak zelfstandig een sanctie mag opleggen. De zinsnede “de uitspraak kan bevatten” van lid 12 van artikel 23 van het huishoudelijk reglement moet afgezet worden tegen lid 11 van dit artikel dat begint met “de uitspraak bevat”. Uit die dwingende omschrijving (“bevat”) volgt dat alle uitspraken van de Commissie van Beroep moeten ingaan op de ontvankelijkheid, de momenten van onderzoek/hoor en wederhoor, de vastgestelde feiten en de overwegingen die geleid hebben tot de uitspraak. Per zaak is het eindoordeel verschillend. Daarom geldt dat “de uitspraak kan bevatten”, afhankelijk de uitkomst van de betreffende zaak: het in stand laten van het besluit, het matigen van de sanctie van het bestuur en het ongeldig verklaren/vernietigen van het besluit van het bestuur. Die drie opties zijn naar het oordeel van de rechtbank de enige drie mogelijke uitkomsten van een beroep tegen een besluit van het bestuur van [ gedaagde partij] .”
r.o. 4.24