Rechtbank Limburg · 12 januari 2026
VvE-besluiten: nietig wegens quorum, vernietigbaar wegens oproeptermijn en besluitvorming
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een appartementseigenaar bestrijdt twee besluiten van een VvE over camerabeveiliging en deurbelcamera's. De kantonrechter verklaart het eerste besluit nietig op grond van artikel 2:14 BW, omdat het vereiste quorum van twee derde niet is gehaald. Het tweede besluit is niet nietig, maar wordt vernietigd op grond van artikel 2:15 BW wegens een te korte oproeptermijn, een gebrekkige agendering en onduidelijke besluitvorming.
Kernoverwegingen
“De besluiten van een VvE kunnen onder omstandigheden nietig zijn of vernietigbaar. Van nietigheid van een besluit van de VvE is sprake als het besluit in strijd is met de wet, de statuten of de akte van splitsing. Het splitsingsreglement (in dit geval het MR) maakt deel uit van de akte van splitsing. Een besluit van een VvE is vernietigbaar als het in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist of met een reglement, niet zijnde een splitsingsreglement.”
r.o. 4.2
“Het bovenstaande betekent dat het besluit alleen rechtsgeldig genomen had kunnen worden als op de ALV twee/derde van het totaal aantal stemgerechtigden aanwezig was en dat van de aanwezigen stemgerechtigden twee/derde instemde met het voorstel. Onbetwist is dat er maar 60,7% van alle stemgerechtigden op de ALV van 30 april 2025 was vertegenwoordigd, zodat de vereiste meerderheid niet is gehaald om over dit voorstel te kunnen stemmen. Nu besluit 1 in strijd is genomen met meerdere artikelen uit de splitsingsakte, is dit een nietig besluit. Dat betekent dat de verzochte verklaring voor recht zal worden toegewezen.
Besluit 2: het geven van toestemming voor het plaatsen van deurbelcamera’s door de afzonderlijke eigenaren”
r.o. 4.12
“Voor het uitroepen van de ALV geldt een oproepingstermijn van vijftien dagen. De dag van het versturen van de oproeping en de dag van de vergadering tellen niet mee bij deze vijftien dagen. De uitnodiging voor de vergadering is op 15 april 2025 gestuurd voor de vergadering van 30 april 2025. Als de 15e en 30e april niet meetellen, blijven er de dagen van 16 tot en met 29 april over. Dit zijn veertien dagen, zodat niet voldaan is aan de oproepingstermijn van artikel 50 MR.”
r.o. 4.16