← Week 17

Rechtbank Limburg · 15 april 2026

Afwikkeling vof na echtscheiding en tekortkoming vennoot onder vof-overeenkomst

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Na een echtscheiding vorderde een van de ex-partners onder meer afwikkeling van de vof die zij samen dreven, met toedeling aan de ander onder uitkoop. De rechtbank wijst dit af, omdat de vof niet is opgezegd of ontbonden en het echtscheidingsconvenant geen grondslag biedt. Ook de vordering van de ander, dat de vennoot is tekortgeschoten onder de vof-overeenkomst, wordt afgewezen bij gebreke van ingebrekestelling of verzuim.

Kernoverwegingen

“De door [partij 1] gevorderde afwikkeling van de vof moet als ongegrond worden afgewezen. De vof is aangegaan voor onbepaalde tijd en niet gesteld en ook niet gebleken is dat [partij 1] de vof-overeenkomst heeft opgezegd (artikel 2 van de vof-overeenkomst). Ook is niet gesteld en niet gebleken dat de vof is geëindigd door de ontbinding ervan (artikel 10 lid 1 vof-overeenkomst). Het convenant biedt verder geen grondslag voor de afwikkeling van de vof.

Moet [partij 2] € 5.000,00 betalen aan [partij 1] voor auto?”

r.o. 4.14

“[partij 2] stelt dat [partij 1] toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de vof-overeenkomst, omdat zij – kort gezegd – de werkzaamheden, waartoe zij op grond van de artikelen 3 lid 1 en 5 van de vof-overeenkomst is gehouden, heeft beëindigd. Ook heeft zij verzuimd een ziekteverzuimverzekering als bedoeld in artikel 5 lid 4 van de vof-overeenkomst af te sluiten. Door dit tekortschieten is [partij 1] schadeplichtig. Ter onderbouwing van de stelling dat [partij 1] haar werkzaamheden definitief heeft beëindigd, heeft [partij 2] een schriftelijke verklaring van een getuige overgelegd.”

r.o. 4.16

“De rechtbank overweegt dat [partij 2] als eisende partij dient te stellen en onderbouwen dat [partij 1] in verzuim is met de nakoming van de vof-overeenkomst en schadeplichtig is. De enkele stelling dat de vrouw niet meer aan de vof-overeenkomst voldeed, hetgeen overigens gemotiveerd door haar is weersproken, maakt immers niet dat is voldaan aan de vereisten van artikel 6:81 jo. 82 BW. Verzuim treedt eerst in, wanneer [partij 1] in gebreke wordt gesteld en een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft. Gesteld noch gebleken is dat [partij 2] [partij 1] in gebreke heeft gesteld, dan wel heeft gesommeerd tot nakoming van de vof-overeenkomst. Ook is niet gesteld of gebleken dat verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden (artikel 6:83 BW). Gelet hierop moet de gevorderde verklaring voor recht (vordering 2) worden afgewezen.

verder in conventie en reconventie

Proceskosten”

r.o. 4.18

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:3603
Instantie
Rechtbank Limburg
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
23 april 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Wetsartikelen
3:196 BW, 3:55 BW, 6:81 BW, 6:82 BW, 6:83 BW
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 17 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.