Rechtbank Midden-Nederland · 7 oktober 2026
Opzegging verenigingslidmaatschap na geëscaleerd conflict niet vernietigbaar of nietig
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een schaakvereniging zegt het lidmaatschap van een lid op na een langdurig, geëscaleerd conflict met het bestuur. Het lid vordert vernietiging van het opzeggingsbesluit, nietigverklaring van de besluiten, schadevergoeding en rectificatie. De rechtbank toetst terughoudend aan de redelijkheid en billijkheid en oordeelt dat het bestuur in redelijkheid kon opzeggen. Het besluit is ook niet nietig, omdat het lid geen strijd met wet of statuten heeft onderbouwd, en de overige vorderingen worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“De Schaakvereniging kan het lidmaatschap van [eiser] opzeggen als redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voorduren. Daarbij is van belang dat de Schaakvereniging en haar leden verplicht zijn zich tegenover elkaar te gedragen naar wat door de redelijkheid en billijkheid van hen wordt verwacht.”
r.o. 3.1
“Besluiten van een rechtspersoon kunnen vernietigd worden wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.Bij de beoordeling of een besluit vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid moet de rechter terughoudend zijn. De rechter kijkt dus niet of hij hetzelfde besluit zou hebben genomen. De rechter moet in dit geval beoordelen of de Schaakvereniging gelet op de omstandigheden en alle belangen afwegende niet in redelijkheid tot het besluit om het lidmaatschap van [eiser] op te zeggen had kunnen komen.”
r.o. 3.2
“De rechtbank oordeelt dat het gedrag van [eiser] voorafgaand aan het opzeggingsbesluit de opzegging van het lidmaatschap van [eiser] door het bestuur van de Schaakvereniging rechtvaardigt. Uit de hiervoor en hierna omschreven omstandigheden volgt dat [eiser] zich niet redelijk opstelt tegenover de bestuursleden en het bestuur van de Schaakvereniging. Ondanks dat hij hier meerdere malen door het bestuur op is aangesproken, verandert dit gedrag niet. Het is duidelijk dat de verhoudingen tussen [eiser] en het bestuur en de leden van de Schaakvereniging zodanig is verstoord dat zij niet op een positieve wijze met elkaar door kunnen. Van de Schaakvereniging kan dan ook redelijkerwijs niet worden verlangd dat zij het lidmaatschap met [eiser] laat voortduren.”
r.o. 3.15