Rechtbank Noord-Holland · 9 september 2026
Bestuursbesluit tot opzegging commanditaire vennootschap vernietigd wegens strijd met redelijkheid en billijkheid
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een commanditair vennoot, tevens aandeelhouder van de beherend vennoot, kwam op tegen de opzegging van de commanditaire vennootschap door het bestuur van de beherend vennoot wegens vermeende concurrentie. De rechtbank vindt geen tegenstrijdig belang van de bestuurder, maar vernietigt het besluit op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW in verbinding met artikel 2:8 BW, omdat het prematuur was na een gezamenlijk aanvaard advies van de raad van commissarissen. De vorderingen tegen de benoeming van een commissaris worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan belang.
Kernoverwegingen
“Een tegenstrijdig belang is pas aan de orde als sprake is van zodanige onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich bij het handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Hierbij moeten alle relevante omstandigheden van het concrete geval worden betrokken. Het gaat om (voldoende geadstrueerde) omstandigheden die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van de betrokken bestuurder dat hij zich niet in staat had mogen achten het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming met de vereiste integriteit en objectiviteit te behartigen.”
r.o. 4.5
“Het bestuursbesluit wordt wel vernietigd wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist (artikel 2:15 lid 1 sub b BW).”
r.o. 4.8
“Directe aanleiding voor het bestuursbesluit van 27 november 2024 en de daarop door ESNW Beheer aan Inco verstuurde opzeggingsbrief van eveneens 27 november 2024 was dat Inco nog niet gemotiveerd had gevraagd om bepaalde contracten uit te sluiten van overneming en de wens van Inco om “de scope” van ESNW verduidelijkt te krijgen op de jaarvergadering van 10 december 2024. Hiermee heeft Inco laten zien, aldus ESNW Beheer, dat zij haar concurrerende activiteiten niet wilde beëindigen. Hoewel ESNW Beheer gelijk heeft dat het Inco op grond van de statuten van ESNW niet is toegestaan om ESNW (potentieel) te beconcurreren en [bestuurder] er al vanaf eind 2023 bij Inco op aandrong haar concurrerende activiteiten te stoppen, vindt de rechtbank het bestuursbesluit van 27 november 2024 prematuur. Inco en ESNW Beheer hebben zich namelijk gecommitteerd aan het RvC-advies van 4 april 2024. Volgens dat RvC-advies kreeg Inco tot uiterlijk 31 december 2024 de tijd om de overneming van haar contracten door ESNW te bewerkstelligen. Bovendien wordt in het RvC-advies onderkend dat voor Inco “de scope” van ESNW niet geheel duidelijk is en dat vragen over “de scope” aan de algemene vergadering kunnen worden voorgelegd. Daar komt bij dat het op opzegging gerichte bestuursbesluit voor Inco verstrekkende gevolgen kan hebben, omdat de opzegging van ESNW Beheer ertoe kan leiden dat Inco haar aandelen in ESNW Beheer moet aanbieden.”
r.o. 4.11