← Week 5

Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026

Nietige ALV-besluiten vereniging: opheffing kascommissie en goedkeuring jaarstukken zonder kascommissie

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Jaarrekening
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een lid van een woningbouwvereniging vocht ledenvergaderingsbesluiten aan over de opheffing van de kascommissie en de goedkeuring van de jaarstukken. De rechtbank verklaart het opheffingsbesluit nietig, omdat het niet was geagendeerd en het statutaire quorum niet is gehaald (artikel 2:14 BW). Ook de goedkeuring van de jaarstukken over 2023 is nietig, omdat een kascommissie ontbrak (artikel 2:48 BW). De goedkeuring van de jaarstukken 2021 en 2022 blijft in stand en de informatievordering wordt afgewezen.

Kernoverwegingen

“Het besluit van de ALV van 4 oktober 2023 tot opheffing van de kascommissie is nietig, omdat het is genomen in strijd met artikel 2:14 lid 1 BW in samenhang met artikel 16 lid 4 van de toenmalige statuten. De opheffing van de kascommissie stond niet op de agenda van de ALV; de enkele vermelding “kascommissie” leidt niet tot een ander oordeel. In de toelichting bij de agenda wordt evenmin gerept over een voorstel tot opheffing van de toenmalige kascommissie. Het ligt voor de hand dat de kascommissie op de agenda van een ALV staat in verband met de financiële afsluiting van een boekjaar, want het is de taak van de kascommissie de financiële stukken van de vereniging te controleren en daarover aan de ALV verslag uit te brengen. De opheffing van een orgaan van een rechtspersoon is een fundamenteel besluit dat duidelijk op de agenda moet staan. Omdat de opheffing van de kascommissie niet op de agenda stond, was voor de goedkeuring van het voorstel tot opheffing volgens artikel 16 lid 4, eerste en laatste volzin, van de toenmalige statuten nodig dat ten minste de helft van de stemgerechtigde leden, dus 34 leden, bij de ALV aanwezig dan wel vertegenwoordigd waren. Bij de ALV van 4 oktober 2023 waren echter slechts 31 leden aanwezig dan wel vertegenwoordigd. Dit is niet genoeg om rechtsgeldig een besluit te nemen dat niet was geagendeerd. Het besluit is nietig, omdat de in de statuten vermelde quorumeis een fundamenteel totstandkomingsvoorschrift is. De rechtbank zal de gevorderde […]”

r.o. 4.3

“De rechtbank stelt voorop dat artikel 2:48 lid 2 BW bepaalt dat als bij een vereniging een raad van commissarissen ontbreekt en over de getrouwheid van de jaarstukken aan de ALV geen verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 BW (accountantscontroleverklaring) wordt overgelegd, de ALV jaarlijks een commissie benoemt van ten minste twee leden die geen deel van het bestuur mogen uitmaken.”

r.o. 4.4

“De besluiten van de ALV van 4 oktober 2023 tot goedkeuring van de jaarstukken van 2021 en 2022 zijn, anders dan [eiser 2] stelt, niet nietig: ze zijn niet in strijd met artikel 2:48 BW genomen. De kascommissie was ten tijde van deze besluiten van de ALV nog in functie. Volgens de notulen van de ALV van 4 oktober 2023 is namelijk eerst besloten tot goedkeuring van deze jaarstukken; pas daarna is het besluit tot opheffing van de kascommissie genomen. De kascommissie heeft weliswaar geen verslag uitgebracht van haar bevindingen met betrekking tot de balans en de staat van baten en lasten met toelichting van het bestuur van 2021 en 2022, maar dit enkele feit maakt het besluit van de ALV niet nietig. Voor het overige is voldaan aan het voorschrift van artikel 2:48 BW. [eiser 2] en zijn zoon hebben ervoor gekozen om aan de ALV geen verslag uit te brengen, terwijl zij wel in staat zijn gesteld deze stukken te onderzoeken en van hun bevindingen verslag uit te brengen aan de ALV; zij zijn niet naar de bewuste vergadering gegaan en hebben evenmin om uitstel gevraagd. Ter zitting daarnaar gevraagd heeft [eiser 2] geen enkel element kunnen benoemen waarin het bestuur in de informatieverstrekking aan de kascommissie tekort zou zijn geschoten. De ALV heeft er geen probleem van gemaakt dat de kascommissie geen verslag van haar bevindingen heeft uitgebracht; zij was kennelijk voldoende voorgelicht om de jaarstukken goed te keuren, mede in aanmerking genomen de stukken die onder alle leden […]”

r.o. 4.5

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:183
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
27 januari 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:48 BW, 2:393 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie, Jaarrekening
Weekoverzicht
Week 5 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.