← Archief 2026

Week 5

Week 5 · 26 jan – 1 feb 2026 · 8 uitspraken

Boek 2 BW (8)

  • Hoge Raad · 30 januari 2026

    Aansprakelijkheid commissarissen jegens vennootschap en derde: onvoldoende motivering ernstig verwijt jegens derde

    • Aansprakelijkheid deels toegewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Overig Boek 2
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een vennootschap en haar overnemer vorderen schadevergoeding van twee voormalige commissarissen wegens onvoldoende toezicht op het bestuur. Het hof acht hen op grond van artikel 2:140 BW en artikel 2:9 BW ernstig verwijtbaar tekortgeschoten. De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheid jegens de overnemer onvoldoende is gemotiveerd, mede gelet op de hoge drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid van commissarissen, en verwijst de zaak naar Hof Den Haag.

    ECLI:NL:HR:2026:128

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 januari 2026

    Geen persoonlijke aansprakelijkheid indirect bestuurder voor mislukt investeringsmodel mestverwerking

    • Aansprakelijkheid afgewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Investeerders in een mestverwerkingsmodel kregen de ontbinding van hun overeenkomsten met twee vennootschappen en terugbetaling van hun inleg toegewezen. De indirect bestuurder en enig aandeelhouder wordt echter niet persoonlijk aansprakelijk gehouden. Het hof oordeelt, mede aan de hand van artikel 2:11 BW, dat onvoldoende concreet is gesteld dat hem een persoonlijk ernstig verwijt treft. Dat hij het hele model bestierde, is daarvoor niet genoeg.

    ECLI:NL:GHARL:2026:323

  • Rechtbank Limburg · 21 januari 2026

    Turboliquidatie: bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk voor onbetaalde boete en schade

    • Aansprakelijkheid afgewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Ontbinding, vereffening en turboliquidatie
    • Jaarrekening
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een schuldeiser stelde de bestuurder van een turboliquideerde vennootschap persoonlijk aansprakelijk voor een eerder toegewezen boete en schadevergoeding. De rechtbank wijst alle grondslagen af: aan de mededelingsplicht van artikel 2:19b BW is geen sanctie verbonden, het peilmoment voor Beklamel-aansprakelijkheid ligt na het sluiten van de overeenkomst, vereffening had de verhaalsmogelijkheden niet veranderd, er was geen misleidende jaarrekening (artikel 2:249 BW) en er waren geen baten die vereffening vereisten.

    ECLI:NL:RBLIM:2026:326

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21 januari 2026

    Interne bestuurdersaansprakelijkheid bij vastgoedtransacties met meesterclausule en tegenstrijdig belang

    • Aansprakelijkheid deels toegewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een vastgoedvennootschap sprak haar voormalige rechtspersoon-bestuurder en de bestuurder daarvan aan wegens onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige daad. De rechtspersoon-bestuurder had zichzelf via een meesterclausule als koper aangewezen en de winst bij doorverkoop van drie woningen gehouden, zonder de medeaandeelhouder te informeren. De rechtbank oordeelt dat artikel 2:9 BW is geschonden wegens een ernstig verwijt en laat de aansprakelijkheid op grond van artikel 2:11 BW doorwerken naar de indirect bestuurder. De vordering wordt toegewezen voor drie woningen; de overige vorderingen, ook uit onrechtmatige daad, worden afgewezen.

    ECLI:NL:RBZWB:2026:295

  • Rechtbank Gelderland · 19 januari 2026

    Ontslag stichtingsbestuurder wegens taakverwaarlozing en privé-uitgaven (artikel 2:298 BW)

    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Boek 2 BW

    Een rekeninghouder verzoekt de rechtbank de enige bestuurder van een stichting die een rentevrije munt exploiteert te ontslaan op grond van artikel 2:298 BW. De rechtbank wijst het verzoek toe: de bestuurder heeft zijn taak verwaarloosd door veiligheidsnormen te overtreden en de munt als betaalmiddel onbruikbaar te laten worden, en er zijn gewichtige redenen omdat hij stichtingsgeld structureel voor privé-uitgaven heeft gebruikt en edelmetaal heeft toegeëigend. Twee nieuwe bestuurders worden benoemd.

    ECLI:NL:RBGEL:2026:414

  • Rechtbank Midden-Nederland · 16 januari 2026

    Echtscheiding: toedeling en waardering aandelen holding, AB-claim, overbedeling

    • Overig Boek 2
    • Aandelenwaardering
    • Boek 2 BW
    • Zijdelings

    In een echtscheidingszaak deelt de rechtbank de aandelen in de holding van de ondernemer toe aan hem, tegen de waarde die uit het deskundigenbericht volgt. Daarbij bepaalt zij de overbedelingsvergoeding, met een nominale berekening van de latente AB-claim voor het geval de doorschuiffaciliteit kan worden gebruikt. Boek 2 BW speelt slechts een zijdelingse rol: artikel 2:196 BW wordt alleen in een voetnoot genoemd.

    ECLI:NL:RBMNE:2026:185

  • Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026

    Nietige ALV-besluiten vereniging: opheffing kascommissie en goedkeuring jaarstukken zonder kascommissie

    • Besluitvorming en vernietigbaarheid
    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Jaarrekening
    • Boek 2 BW

    Een lid van een woningbouwvereniging vocht ledenvergaderingsbesluiten aan over de opheffing van de kascommissie en de goedkeuring van de jaarstukken. De rechtbank verklaart het opheffingsbesluit nietig, omdat het niet was geagendeerd en het statutaire quorum niet is gehaald (artikel 2:14 BW). Ook de goedkeuring van de jaarstukken over 2023 is nietig, omdat een kascommissie ontbrak (artikel 2:48 BW). De goedkeuring van de jaarstukken 2021 en 2022 blijft in stand en de informatievordering wordt afgewezen.

    ECLI:NL:RBNHO:2026:183

  • Rechtbank Rotterdam · 14 januari 2026

    Bestuurder niet hoofdelijk aansprakelijk voor contractuele boete vennootschap: geen ernstig verwijt

    • Aansprakelijkheid afgewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een leverancier van fitnessapparatuur vorderde van een sportschoolvennootschap een contractuele boete wegens ontbinding van een koopovereenkomst, en van de bestuurder hoofdelijke veroordeling. De rechtbank wijst de boete van € 75.000 toe tegen de vennootschap. De bestuurder is niet persoonlijk aansprakelijk, omdat zij in de oprechte veronderstelling verkeerde dat geen bindende overeenkomst bestond of dat deze was beëindigd, zodat haar geen voldoende ernstig verwijt valt te maken (mede gelet op artikel 2:9 BW).

    ECLI:NL:RBROT:2026:564