← Week 5

Rechtbank Noord-Holland · 14 januari 2026

Provisionele vordering tussen maten van kostenmaatschap afgewezen: patiëntenverdeling en ICT-beheer

  • Personenvennootschappen
  • Personenvennootschappen

Samenvatting

Twee mondhygiënisten werken samen in een kostenmaatschap en zijn verwikkeld in een conflict over de uitvoering en beëindiging van de maatschapsovereenkomst. In een incident vordert een van hen voorlopige voorzieningen over de toedeling van nieuwe patiënten, het telefonische keuzemenu en het ICT-beheer. De rechtbank wijst alle vorderingen af, omdat de grondslag gemotiveerd is betwist, een dringend belang ontbreekt en een deel van de gevraagde voorzieningen niet voorlopig van aard is.

Kernoverwegingen

“Het karakter van een voorlopige voorziening in de zin van artikel 223 Rv brengt mee dat eisende partij in het incident, in dit geval [eiseres] , een zodanig dringend belang bij de gevraagde voorziening moet hebben, dat van haar niet kan worden gevergd dat zij de afloop van de hoofdprocedure afwacht. Bij een beslissing op de vordering dient het belang van [eiseres] bij toewijzing van de vordering te worden afgewogen tegen het belang van [gedaagde] om de afloop van de procedure af te wachten. Bij die belangenafweging moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken, waaronder de te verwachten duur van het geding, het eventuele restitutierisico en de mate van aannemelijkheid van een toewijzing van de vordering in de hoofdprocedure.”

r.o. 5.2

“De rechtbank wijst dit deel van de vordering af. Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] van de gestelde nivelleringsafspraak, kan in dit stadium van de procedure niet met voldoende mate van zekerheid worden aangenomen dat het standpunt van [eiseres] over de toedeling van alle nieuwe patiënten aan haar de juiste is en dat het (subsidiair) in de hoofdzaak gevorderde dus zal worden toegewezen. Daarbij betrekt de rechtbank dat [eiseres] het gestelde aantal van 913 patiënten (nog) niet heeft onderbouwd. Evenmin heeft zij toegelicht hoe de door haar verlangde werkwijze uitvoering moet krijgen. Er moet in de hoofdzaak daarom nader onderzoek, mede op basis van de mondelinge behandeling, plaatsvinden. In afwachting daarvan ziet de rechtbank, de belangen van partijen afwegende, geen rechtvaardiging voor toewijzing van de gevorderde voorziening.”

r.o. 5.5

“Gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde] dat zij niet gehouden kan worden om mee te werken aan het doen van een investering voor het beëindigen en (aan een derde) overdragen van het ICT beheer, staat op dit moment niet voldoende vast dat de vorderingen van [eiseres] op deze punten in de hoofdzaak kunnen worden toegewezen. Naar de tussen partijen in het geschil zijnde feiten en/of omstandigheden zal in de hoofdzaak nader onderzoek, mede op basis van de mondelinge behandeling, moeten plaatsvinden. De rechtbank ziet, de belangen van partijen afwegende, geen grond om vooruitlopend op de beslissing in de hoofdzaak de gevorderde voorzieningen toe te wijzen. Van belang daarbij is dat [eiseres] niet gemotiveerd heeft gesteld dat zij op dit moment bij haar vorderingen voldoende dringend belang heeft, in die zin dat van haar niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van de bodemzaak afwacht. Bovendien zijn de door [eiseres] verlangde beëindiging van het ICT beheer (inclusief opzegging van de met het bedrijf van [echtgenoot van gedaagde] gesloten overeenkomsten) en uitbesteding aan een derde geen voorzieningen die werking hebben voor de duur van het bodemgeschil. Het voorlopige karakter van deze provisionele vorderingen ontbreekt. Ook om die reden moeten deze worden afgewezen. De vordering met betrekking tot medewerking aan overdracht van (inlog)gegevens delen in het lot van deze afwijzing.”

r.o. 5.11

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:220
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
14 januari 2026
Datum publicatie
30 januari 2026
Spoor
Personenvennootschappen
Thema
Personenvennootschappen
Weekoverzicht
Week 5 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.