← Week 15

Rechtbank Noord-Holland · 2 april 2026

Beklamel-aansprakelijkheid indirecte bestuurders tuinaanlegbedrijf; peildatum 1 juni 2024; artikel 2:11 BW

  • Aansprakelijkheid deels toegewezen
  • Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Boek 2 BW
  • Art. 6:162 BW

Samenvatting

Klanten van een failliet tuinaanlegbedrijf spraken de twee indirecte bestuurders (via hun holdings) persoonlijk aan voor de verloren aanbetalingen. De kantonrechter oordeelt dat de holdings als bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken van overeenkomsten gesloten vanaf 1 juni 2024, toen zij redelijkerwijs moesten begrijpen dat nakoming en verhaal ontbraken. Via artikel 2:11 BW zijn ook de bestuurders van de holdings hoofdelijk aansprakelijk; de vordering van de klant met een eerdere overeenkomst wordt afgewezen.

Kernoverwegingen

“Vaststaat dat Tuinmaterialen toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichting om de tuinen voor [eisers] aan te leggen. Voor de schade die [eisers] daardoor hebben geleden, biedt Tuinmaterialen geen verhaal. In principe is alleen Tuinmaterialen aansprakelijk voor de schade van [eisers] Daarnaast kunnen echter ook [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als bestuurders van Tuinmaterialen op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn. Daarvoor is nodig dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van de benadeling van [eisers] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal bijvoorbeeld sprake kunnen zijn (en daar baseren [eisers] de vorderingen ook op) als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] namens Tuinmaterialen de overeenkomsten met [eisers] zijn aangegaan, terwijl [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat Tuinmaterialen niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de door [eisers] te lijden schade (de zogenoemde [naam 2] -gevallen).”

r.o. 4.1

“Als in deze zaak komt vast te staan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] als bestuurders van Tuinmaterialen aansprakelijk zijn, dan rust deze aansprakelijkheid op grond van artikel 2:11 BW in principe ook (hoofdelijk) op [gedaagde 3] en [gedaagde 4] . Dit omdat zij ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid bestuurder waren van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] : [gedaagde 3] van [gedaagde 1] en [gedaagde 4] van [gedaagde 2] . [eisers] hoeven daar niet aanvullend voor te stellen dat [gedaagde 3] en [gedaagde 4] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, hoewel [eisers] dat wel doen (met dezelfde feitelijke grondslag als zij voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben gedaan). [gedaagde 3] en [gedaagde 4] kunnen wel aansprakelijkheid voorkomen door te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat hen persoonlijk geen ernstig verwijt valt te maken.

Valt de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt te maken?”

r.o. 4.2

“Als het gaat om de overeenkomsten die Tuinmaterialen vanaf 1 juni 2024 met [eisers] heeft gesloten, vindt de kantonrechter dat aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat zij bij het aangaan van deze overeenkomsten redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat Tuinmaterialen haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Dit betreft alle met [eisers] gesloten overeenkomsten met uitzondering van de overeenkomst die Tuinmaterialen met [eiser 4] is aangegaan. De overeenkomst met [eiser 4] dateert namelijk van 15 mei 2024 en is dus vóór de peildatum (1 juni 2024) gesloten.”

r.o. 4.4

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:3625
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
8 april 2026
Spoor
Boek 2 BW, Art. 6:162 BW
Wetsartikelen
6:162 BW, 2:11 BW
Thema
Bestuurdersaansprakelijkheid
Aangesproken
bestuurder
Uitkomst aansprakelijkheid
deels toegewezen
Weekoverzicht
Week 15 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.