Rechtbank Noord-Holland · 28 januari 2026
Derdenbeslag onder coöperatieleden: bijdrageplicht vereist bestuursbesluit volgens statuten
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een schuldeiser legde derdenbeslag onder de leden van een coöperatieve kwekersvereniging om een veroordeling op de vereniging te verhalen. De rechtbank oordeelt dat de leden pas een bijdrage of lening verschuldigd zijn na een daartoe strekkend bestuursbesluit, zoals de statuten bepalen. Omdat zo'n besluit ontbrak, zijn de derdenverklaringen juist en worden de vorderingen afgewezen.
Kernoverwegingen
“De rechtbank volgt dit standpunt van [eiseres] niet en legt hieronder uit waarom. In artikel 9 lid 1 van de statuten van DTS is bepaald dat elk lid jaarlijks één of meer geldelijke bijdragen betaalt aan de coöperatie, vast te stellen door het bestuur. Het bestuursbesluit van 2 oktober 2015, dat de kosten van DTS worden gedeeld door het aantal leden, heeft een algemene strekking en gaat over hoe de kosten tussen de leden worden verdeeld. Dit besluit neemt niet weg dat het bestuur op grond van artikel 9 lid 1 van de statuten elk jaar zal moeten vaststellen welke geldelijke bijdrage(n) een lid aan DTS moet betalen. Het bestuur zal daarbij ook rekening moeten houden met de algemene ledenvergadering, dat volgens de slotzin van artikel 9 lid 1 van de statuten bevoegd is een minimum en maximum bedrag vast te stellen. Zo is het in de praktijk ook gegaan. Jaarlijks werd in kaart gebracht welke kosten er waren en het bestuur heeft ieder jaar vastgesteld welk bedrag elk lid verschuldigd was. [eiseres] heeft niet gesteld en het is de rechtbank ook niet gebleken dat het bestuur van DTS ten tijde van de beslagleggingen op 29 november 2024 een besluit had genomen over door de leden aan DTS te betalen geldelijke bijdragen. Niet wat betreft de toegewezen vordering van [eiseres] op DTS, noch voor andere kosten. In dit verband hebben de leden verder aangevoerd dat op dat moment geen activiteiten meer plaatsvonden in DTS en uit wat [eiseres] heeft aangevoerd blijkt onvoldoende van het […]”
r.o. 4.4
“[eiseres] wijst verder op artikel 9 lid 4 van de statuten en artikel 3 van het huishoudelijk reglement van DTS. Volgens die bepalingen kunnen de leden worden verplicht geld te lenen aan DTS, maar alleen als dat door het bestuur is vastgesteld (artikel 9 lid 4 statuten) of op verzoek van het bestuur (artikel 3 huishoudelijk reglement). Gesteld noch gebleken is dat het bestuur van DTS de leden heeft verplicht geld aan DTS te lenen of daartoe een verzoek aan de leden heeft gedaan. Op basis van deze bepalingen heeft DTS dus ook geen vordering op de leden. Een dergelijke vordering van DTS op de leden ontstaat pas na een daartoe strekkend besluit en dat is er niet.”
r.o. 4.5
“Dat het bestuur van DTS – zoals [eiseres] stelt – mogelijk ten onrechte geen besluit heeft genomen om de leden een bijdrage te laten betalen ter voldoening van de vordering die [eiseres] op DTS heeft, maakt niet dat DTS ten tijde van het beslag een vordering op de leden had en dit komt niet voor rekening en risico van de leden.
Vorderingen worden afgewezen”
r.o. 4.6