Rechtbank Oost-Brabant · 25 maart 2026
Schadestaatprocedure tegen maatschap: gezamenlijke maten als wederpartij, oproeping ex artikel 118 Rv
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Samenvatting
In een schadestaatprocedure na een beroepsfout van een advocaat had de cliënte alleen een van de maten van de maatschap gedagvaard. De rechtbank overweegt dat een maatschap geen rechtspersoon is en dat de wederpartij de gezamenlijke maten zijn die ten tijde van de dagvaarding in de hoofdprocedure maat waren. Niet-ontvankelijkheid is niet aan de orde, omdat de gedagvaarde vennootschap een van die maten was. De cliënte mag de overige maten alsnog oproepen op de voet van artikel 118 Rv.
Kernoverwegingen
“Art. 613 Rv bepaalt in lid 1 dat de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat aanvangt met de betekening aan de wederpartij van een staat waarin het beloop van de schade waarvan de vereffening wordt gevorderd, gespecificeerd wordt opgegeven. De wederpartij van [eiseres] in de hoofdprocedure zijn de gezamenlijke maten van de maatschap, zoals deze was samengesteld op 7 mei 2019, de datum waarop de dagvaarding in de hoofdprocedure is uitgebracht. In de na de hoofdprocedure gestarte schadestaatprocedure heeft [eiseres] echter niet deze gezamenlijke maten maar [gedaagde] BV gedagvaard. [gedaagde] BV is niet de in art. 613 lid 1 Rv bedoelde wederpartij van [eiseres] .”
r.o. 4.2
“De rechtbank stelt bij de beoordeling van dit geschilpunt het volgende voorop. Een maatschap is geen rechtspersoon. Vorderingen tegen een maatschap dienen te worden ingesteld tegen de gezamenlijke (rechts)personen die ten tijde van de dagvaarding maat zijn. In de dagvaarding kan ook worden volstaan met vermelding van de naam van de maatschap, indien de gezamenlijke maten onder die naam op een voor derden duidelijk kenbare wijze aan het rechtsverkeer deelnemen. Van die laatste mogelijkheid heeft [eiseres] in de hoofdprocedure gebruik gemaakt. De vermelding van de naam van de betreffende maatschap is een betekeningsfaciliteit: er kan in het exploot gemakshalve worden volstaan met een ‘verkorte aanduiding’ van de gedagvaarde partijen. Processuele wederpartij van de dagvaardende partij zijn de gezamenlijke (rechts)personen die ten tijde van de dagvaarding maat zijn.”
r.o. 4.5
“Zoals hiervoor al is overwogen zijn [eiseres] ’ wederpartij in de hoofdprocedure, en daarmee haar in artikel 613 lid 1 Rv bedoelde wederpartij, de gezamenlijke (rechts)personen die op 7 mei 2019 maat waren van de maatschap Maatschap [gedaagde] en niet alleen [gedaagde] BV. Omdat [gedaagde] BV wel behoort tot de (rechts)personen die op 7 mei 2019 maat van de maatschap [A] , is niet-ontvankelijkheid niet aan de orde, maar behoort [eiseres] op grond van het bepaalde in art.118 Rv in de gelegenheid te worden gesteld om naast [gedaagde] BV ook de overige (rechts)personen die op 7 mei 2019 maat waren van de maatschap als partij in dit geding op te roepen (uitsluitend in hun hoedanigheid van maat van deze maatschap). De rechtbank zal [eiseres] daartoe in de gelegenheid stellen.”
r.o. 4.6