← Week 30

Rechtbank Overijssel · 17 juli 2026

Afgifte digitale bedrijfsadministratie door oud-boekhouder; administratieplicht artikel 2:10 BW

  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW
  • Zijdelings

Samenvatting

Een bouwonderneming vordert in kort geding van haar oud-boekhouder afgifte van de digitale administratie, inclusief inloggegevens van de boekhoudsoftware. De voorzieningenrechter wijst dit grotendeels toe, met dwangsommen en verboden tot wijziging en verstrekking aan derden. Artikel 2:10 BW (administratieplicht van het bestuur) wordt als uitgangspunt genoemd en weegt mee in de belangenafweging.

Kernoverwegingen

“Uitgangspunt voor de voorzieningenrechter is artikel 2:10 lid 1 BW. Op grond van die bepaling is het bestuur van een rechtspersoon verplicht om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.”

r.o. 5.7

“Naar het oordeel van de voorzieningenrechter rechtvaardigt het standpunt van [gedaagde] niet het volledig onder zich houden van de digitale administratie van [eiseres]. [eiseres] is eigenaar van de bescheiden, heeft een wettelijke verplichting tot het voeren van een administratie en heeft bovendien een concreet lopende gerechtelijke procedure waarin zij de administratie nodig heeft. [gedaagde] heeft goed beschouwd geen deugdelijk argument aangevoerd waarom hij desondanks gerechtigd zou zijn om de digitale administratie onder zich te houden. De stelling van [gedaagde] dat hij in de toekomst mogelijk betrokken zal raken bij rechtszaken die gelieerd zijn aan de overeenkomst van opdracht tussen hem en [eiseres], is naar zijn aard speculatief. Feit is dat [gedaagde] op dit moment – afgezien van deze procedure in kort geding – niet als procespartij betrokken is in een procedure rondom [eiseres]. Het eventuele belang dat [gedaagde] bij het onder zich houden heeft, weegt minder zwaar dan het belang dat [eiseres] heeft bij onmiddellijke overdracht van de digitale administratie. Daar komt bij dat het belang van [gedaagde] ook op een minder vergaande wijze kan worden beschermd, namelijk door de administratie in de stand waarin die zich bevindt op het moment van het verstrekken aan [eiseres] bij een onafhankelijke derde te deponeren. In zoverre is het toewijzen van de vordering proprotioneel te noemen.”

r.o. 5.10

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4407
Instantie
Rechtbank Overijssel
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
17 juli 2026
Datum publicatie
24 juli 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:10 BW
Thema
Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 30 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.