← Week 43

Rechtbank Overijssel · 6 oktober 2026

Nietigheid VvE-besluiten: toestemming horeca in strijd met splitsingsakte en gezag van gewijsde

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Vereniging, stichting en coöperatie
  • Boek 2 BW

Samenvatting

Een vereniging van eigenaars nam opnieuw besluiten om tijdelijk een afhaal- en bezorgrestaurant toe te staan in een appartement, ondanks een horecaverbod in de splitsingsakte en een eerdere onherroepelijke uitspraak dat de vergadering daarvan niet kan afwijken. De kantonrechter oordeelt dat aan die eerdere beschikking gezag van gewijsde toekomt en dat de nieuwe besluiten materieel gelijk zijn. De besluiten zijn nietig op grond van artikel 2:14 BW jo. artikel 5:129 BW.

Kernoverwegingen

“Op grond van artikel 2:14 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig behalve wanneer uit de wet iets anders voortvloeit. Artikel 5:129 lid 1 BW bepaalt dat voor de toepassing van artikel 2:14 BW de akte van splitsing wordt gelijkgesteld met de statuten.”

r.o. 5.2

“De kantonrechter overweegt als volgt. Artikel 236 lid 1 Rv bepaalt dat beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht hebben. Artikel 236 lid 1 Rv leent zich voor overeenkomstige toepassing op een in kracht van gewijsde gegane beschikking waarin, in een geschil tussen partijen, beslissingen zijn gegeven die de rechtsbetrekking in geschil betreffen. Op grond van artikel 236 lid 3 Rv kan het gezag van gewijsde niet ambtshalve worden toegepast. Het gezag van gewijsde kan worden ingeroepen als in een geding tussen dezelfde partijen eenzelfde geschilpunt wordt voorgelegd als in een eerder geding, en de in het dictum van de eerdere uitspraak gegeven beslissing (mede) berust op een beslissing over dat geschilpunt, ongeacht of wat gevorderd wordt hetzelfde is. De onherroepelijk beschikking van de kantonrechter van 6 november 2023 voldoet aan deze vereisten; het is gewezen tussen dezelfde partijen en daarin is beslist over het geschilpunt dat ook in het onderhavige procedure speelt, namelijk de vraag of de VVE toestemming kan geven voor een gebruik dat afwijkt van de in de splitsingsakte genoemde bestemming. Aan de beschikking komt gezag van gewijsde toe.”

r.o. 5.7

“De kantonrechter heeft het volgende, voor zover relevant, overwogen in r.o. 4.5 van de beschikking: “De VVE kan weliswaar op grond van de laatste zin van artikel 25 lid 1 splitsingsakte toestemming geven voor een gebruik dat afwijkt van de in de splitsingsakte genoemde bestemming, maar die bevoegdheid gaat niet zover dat kan worden afgeweken van het in de voorlaatste zin opgenomen verbod op het gebruik van de indexnummers 1 en 5 als horeca-gelegenheid. Als dat laatste de bedoeling zou zijn geweest van degenen die tot splitsing zijn overgegaan (de eigenaren van het gebouw dat gesplitst is), dan had het op hun weg gelegen om dat expliciet in de splitsingsakte op te nemen. Uit de bepalingen van de splitsingsakte valt die bedoeling naar objectieve bedoelingen niet af te leiden.””

r.o. 5.8

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6221
Instantie
Rechtbank Overijssel
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
6 oktober 2026
Datum publicatie
20 oktober 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:14 BW, 2:15 BW, 2:8 BW, 5:129 BW, 5:130 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Vereniging, stichting en coöperatie
Weekoverzicht
Week 43 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.