Rechtbank Overijssel · 14 oktober 2026
Artikel 2:248 BW: formeel bestuurder aansprakelijk voor gehele faillissementstekort, geen matiging
- Aansprakelijkheid toegewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Boek 2 BW
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
De curator in een faillissement van een restaurantvennootschap stelt een ingeschreven bestuurder aansprakelijk voor het faillissementstekort wegens schending van de administratie- en publicatieplicht. De rechtbank oordeelt dat de gedaagde bestuurder is geweest, dat het vermoeden van een belangrijke oorzaak niet is ontzenuwd en dat geen matiging plaatsvindt. De bestuurder is aansprakelijk voor het gehele tekort; de vordering uit onrechtmatige daad tegen de overnemende vennootschap wordt afgewezen.
Kernoverwegingen
“Volgens vaste rechtspraak komt de curator geen beroep toe op de derdenwerking volgend uit artikel 25 Handelsregisterwet, als [gedaagde 1] betwist dat hij bestuurder is. Daarvan is in dit geval sprake, wat betekent dat wat in het Handelsregister staat niet leidend is en de curator feiten en omstandigheden moet stellen waaruit volgt dat [gedaagde 1] wel bestuurder is geweest. In dat kader heeft de curator gewezen op een brief die zij heeft ontvangen van De Voorwaarts (zie rechtsoverweging 3.6). Daarin staat dat de administratie van [bedrijf 1] door [gedaagde 1] bij De Voorwaarts werd ingeleverd, dat [naam] medio zomer 2023 afstand heeft genomen van [bedrijf 1] en [gedaagde 1] aanvankelijk de aandelen wilde overnemen en later ervoor gekozen heeft [gedaagde 2] de activiteiten voort te zetten in een nieuw opgerichte vennootschap. [gedaagde 1] betwist dat wat De Voorwaarts schrijft over hem gaat, maar dit komt min of meer wel overeen met wat [naam], die tijdens de mondelinge behandeling aanwezig was, heeft verklaard. [naam] heeft verklaard dat hij aan [gedaagde 1] gevraagd heeft [gedaagde 2] [bedrijf 1] over te nemen, omdat [naam] geld nodig had. [gedaagde 1] was daartoe volgens [naam] bereid en heeft zich als bestuurder ingeschreven in het Handelsregister. Later heeft hij zich weer uitgeschreven, omdat hij volgens [naam] een eigen vennootschap zonder schulden wilde hebben. [gedaagde 1] heeft dat niet gemotiveerd weersproken. De rechtbank trekt daaruit de conclusie dat het de […]”
r.o. 5.4
“De curator stelt dat er voor [bedrijf 1] vrijwel geen administratie is gevoerd en dat er nooit een jaarrekening is gepubliceerd. [gedaagde 1] heeft dat niet betwist. Hierdoor staat vast dat de wettelijke administratie- en publicatieplicht zijn geschonden en het bestuur haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft verricht. Van een onbelangrijk verzuim is geen sprake. Nu [gedaagde 1] bestuurder is geweest, geldt de conclusie van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling ook voor hem. Dat alleen [naam] volgens [gedaagde 1] inzage had in de boekhouding, doet hier niet aan af. De aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW betreft een zogenaamde collectieve aansprakelijkheid en daarnaast blijkt uit de brief van De Voorwaarts dat [gedaagde 1] de administratie heeft ingeleverd.
Andere belangrijke oorzaak”
r.o. 5.5
“[gedaagde 1] heeft betoogd dat het slechte bestuur van [naam] de werkelijke oorzaak van het faillissement van [bedrijf 1] is. [naam] heeft volgens [gedaagde 1] te veel geld onttrokken uit [bedrijf 1] en geschoven met activa. Dit is door de curator betwist. Nu een deugdelijke administratie ontbreekt, is het volgens de curator onduidelijk op welke momenten [naam] welke bedragen met welk doel zou hebben onttrokken uit de vennootschap en hoe dat een oorzaak van het faillissement zou kunnen zijn geweest. Hierdoor kan [gedaagde 1] volgens de curator niet worden gevolgd in zijn stellingen. [gedaagde 1] heeft dat niet gemotiveerd weersproken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement van [bedrijf 1]. [gedaagde 1] is daarom aansprakelijk op grond van artikel 2:248 BW. De onder I. van rechtsoverweging 4.1 genoemde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Matiging”
r.o. 5.7