Rechtbank Rotterdam · 7 oktober 2026
Geen persoonlijk ernstig verwijt voor indirect bestuurder van scheepsbouwer na ontbinding bouwovereenkomst
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
Samenvatting
Een opdrachtgever ontbindt de overeenkomst voor de bouw van een duw/werkboot, omdat de opleverdatum niet wordt gehaald en het schip ernstige gebreken heeft. De rechtbank wijst de vorderingen tegen de scheepsbouwer grotendeels toe. De indirect bestuurder wordt op grond van artikel 6:162 BW niet in persoon aansprakelijk gehouden, omdat de hoge drempel van een persoonlijk ernstig verwijt niet wordt gehaald. Het bestuurderschap, de vertraging en de gebreken zijn daarvoor onvoldoende.
Kernoverwegingen
“Voor bestuurdersaansprakelijkheid geldt de hoge drempel dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken. Als een vennootschap haar verplichtingen niet nakomt geldt als uitgangspunt dat de wederpartij alleen bij die vennootschap terecht kan. Onder bijzondere omstandigheden kan er, op grond van onrechtmatige daad, ook ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een (indirect) bestuurder van een vennootschap die heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar contractuele verplichtingen niet nakomt en daardoor – naar de bestuurder wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen – aan de wederpartij schade berokkent. Opzet is hiervoor, anders dan [gedaagden] betoogt, niet vereist. De bestuurder kan enkel aansprakelijk worden gehouden voor schade van de schuldeiser indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.”
r.o. 5.37
“De door Pro Liquid gestelde omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te kunnen oordelen dat [gedaagden] een persoonlijk ernstig verwijt treft. Dat betekent dat de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid niet wordt gehaald. Het enkele feit dat [gedaagden] (middellijk) bestuurder en enig leidinggevende van [bedrijf A] is, maakt niet dat [gedaagden] persoonlijk aansprakelijk is. De rechtbank gaat niet mee in het verwijt van Pro Liquid dat [gedaagden] onzorgvuldig heeft gehandeld door onvoldoende toezicht te houden op de bouw. Hoewel de aanzienlijke vertraging in de bouw en de ernstige gebreken vaststaan, is niet gebleken dat [gedaagden] richting Pro Liquid was gehouden om persoonlijk en nauw bij de bouw betrokken te zijn en daarop persoonlijk toezicht te houden. Daarom heeft [gedaagden] niet zelf onzorgvuldig gehandeld tegenover Pro Liquid doordat de [naam schip 1] niet op tijd is opgeleverd en serieuze gebreken vertoont.”
r.o. 5.38
“De gestelde weigering om het bouwdossier over te dragen, staat los van de tekortkomingen van [bedrijf A] en de schade die Pro Liquid daardoor heeft geleden. Dit handelen van [gedaagden] levert daarom ook geen persoonlijke aansprakelijkheid voor de schade van Pro Liquid op.”
r.o. 5.39