← Week 17

Rechtbank Rotterdam · 1 april 2026

Verbod ontslag mede-bestuurder bij twijfel over statutaire aanbiedingsplicht na change of control

  • Besluitvorming en vernietigbaarheid
  • Overig Boek 2
  • Boek 2 BW

Samenvatting

In een kort geding tussen twee aandeelhouders en bestuurders van een joint venture-bv verbiedt de voorzieningenrechter de ene aandeelhouder om zelfstandig de andere bestuurder te schorsen of te ontslaan. Er bestaat te veel twijfel of de statutaire aanbiedingsplicht bij een change of control is getriggerd en of de stem- en vergaderrechten zijn opgeschort. De reconventionele vorderingen om een procedure van de vennootschap in Roemenië te staken worden afgewezen, omdat die tegen de vennootschap zelf moesten worden ingesteld.

Kernoverwegingen

“In de statuten van een besloten vennootschap kunnen gevallen worden omschreven waarin een aandeelhouder verplicht is om zijn aandelen of een deel daarvan aan te bieden en over te dragen (artikel 2:192 BW). Ook is het wettelijk mogelijk om in de statuten te regelen dat bijvoorbeeld de stem- en vergaderrechten worden opgeschort zolang de aandeelhouder zijn verplichting tot aanbieding of overdracht niet nakomt. Deze in de statuten omschreven gevallen moeten objectief bepaalbaar en nauwkeurig omschreven zijn. Voorts moet de verplichting redelijk zijn. Het gaat hier immers om een verstrekkende regeling, omdat het gevolg van toepassing daarvan is dat inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van een aandeelhouder. Of een statutaire aanbiedingsverplichting voldoet aan deze voorwaarden hangt af van de specifieke inhoud van de regeling.”

r.o. 5.4

“Tussen partijen staat vast dat [naam 4] op of omstreeks 25 april 2025 alle aandelen in [bedrijf 2] heeft verkregen. Dit zou kunnen impliceren dat sprake is van een situatie waarin een derde ‘enige zeggenschap’ over [eiseres] heeft verkregen, zodat de aanbiedingsplicht in werking is getreden. Echter, hier geldt dat het begrip ‘zeggenschap’ in de statuten niet is gedefinieerd (en de begrippen ‘activiteiten’ en ‘onderneming van een Aandeelhouder-rechtspersoon’ evenmin). [eiseres] stelt (onderbouwd met stukken, waaronder de door haar als productie 18 overgelegde verklaring van [naam 4]) dat de overdracht slechts een formele constructie vormde om financiële redenen (die overigens onduidelijk zijn gebleven) en dat de werkelijke controle en zeggenschap op basis van een (mondelinge) overeenkomst tussen [naam 1] en [naam 4] altijd volledig bij [naam 1] is gebleven. Dit betoog kan niet als volstrekt onaannemelijk terzijde worden gelegd, juist omdat in de statuten niet glashelder is (anders dan [gedaagde] betoogt) wat onder andere onder ‘enige zeggenschap’ moet worden verstaan. Niet uitgesloten kan worden dat van change of control als bedoeld in de statuten niet kan worden gesproken in het geval de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid blijft berusten bij [naam 1], ook al is hij (tijdelijk) buiten de vennootschapsrechtelijke structuur komen te staan. Ook in dat geval wordt immers op zichzelf tegemoet gekomen aan het belang dat [gedaagde] zegt te hechten aan het feit dat de samenwerking […]”

r.o. 5.6

“Al met al kan niet zonder meer worden aangenomen dat de statutaire aanbiedingsplicht is getriggerd, zodat ook niet zonder meer aannemelijk is dat de stem- en vergaderrechten van [eiseres] zijn opgeschort omdat [eiseres] haar aandelen niet heeft aangeboden. De gerechtvaardigde belangen van [eiseres] brengen dan mee dat een pas op de plaats wordt gemaakt. Wordt die pas op de plaats niet gemaakt, dan zijn de consequenties immers zeer verstrekkend: [gedaagde] kan dan ongehinderd het door haar voorgenomen ontslag van [eiseres] als bestuurder forceren (en mogelijk na een dergelijk ontslag als enig overgebleven aandeelhouder met stemrecht in haar besluitvorming tegenstrijdige belangen omzeilen), waardoor [eiseres] in feite volledig buitenspel wordt gezet. Om zulke drastische stappen te kunnen zetten moet redelijkerwijs geen twijfel bestaan over de statutaire bevoegdheid daartoe. Die twijfel is er wel.”

r.o. 5.7

Gegevens

ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3931
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Soort
Uitspraak
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
21 april 2026
Spoor
Boek 2 BW
Wetsartikelen
2:192 BW, 2:8 BW, 2:239 BW
Thema
Besluitvorming en vernietigbaarheid, Overig Boek 2
Weekoverzicht
Week 17 van 2026

Delen

LinkedInE-mail

Deze samenvatting is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Het is geen juridisch advies. De uitspraak op rechtspraak.nl is leidend.