Rechtbank Rotterdam · 6 maart 2026
Vernietiging vve-besluit en vervangende machtiging airco-unit afgewezen
- Besluitvorming en vernietigbaarheid
- Vereniging, stichting en coöperatie
- Boek 2 BW
Samenvatting
Een appartementseigenaar verzocht de kantonrechter een vve-besluit te vernietigen waarbij toestemming voor een airco-unit op zijn loggia was geweigerd, en om vervangende machtiging. De kantonrechter toetst het besluit aan artikel 2:15 BW en artikel 2:8 BW en oordeelt dat de vve in redelijkheid kon weigeren, omdat de eigenaar zonder deskundigenadvies de geluidshinder en de afwezigheid van alternatieven onvoldoende onderbouwde. Beide verzoeken worden afgewezen.
Kernoverwegingen
“Op grond van artikel 2:15 BW is een besluit van een orgaan van een vve vernietigbaar wegens 1) strijd met de wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, 2) strijd met de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW of 3) strijd met een reglement.”
r.o. 2.7.1
“Uit artikel 2:8 BW volgt dat een vve en haar leden zich jegens elkaar moeten gedragen zoals de redelijkheid en billijkheid vordert. Een besluit is vernietigbaar indien het naar inhoud of totstandkoming in strijd is met deze verplichting. De toetsingsmaatstaf is of de vergadering van de vve bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Het gaat daarbij om een marginale toetsing van het besluit.”
r.o. 2.7.4
“[verzoekende partij] heeft aangevoerd dat de wijze waarop de VVE het verzoek van [verzoekende partij] heeft geagendeerd tot gevolg had dat de indruk is ontstaan dat alleen indien het artikel met voorwaarden voor het plaatsen van airco’s zou worden ingestemd, toestemming zou kunnen worden verleend aan [verzoekende partij] en niet afzonderlijk wegens medische gronden. Hoewel de agendering van het verzoek op de vergadering van 14 april 2025 inderdaad de indruk wekt dat moet worden gestemd over toevoeging van het betreffende artikel, heeft [verzoekende partij] op deze vergadering zijn verzoek kunnen toelichten, zodat daarmee ook zijn verzoek naar voren is gebracht. In de notulen van de vergadering van 6 mei 2025 wordt het verzoek van [verzoekende partij] genoemd en ook op deze vergadering heeft [verzoekende partij] zijn verzoek mogen toelichten. Gelet hierop moet het voor de leden duidelijk zijn geweest dat er ook over het verzoek van [verzoekende partij] een besluit moest worden genomen. De VVE heeft gesteld dat op de vergadering van 6 mei 2025 ook een besluit is genomen op het verzoek van [verzoekende partij] . [verzoekende partij] heeft dat niet betwist. Bovendien heeft [verzoekende partij] deze procedure gestart, zodat hij er ook vanuit is gegaan dat er een besluit op zijn verzoek is genomen. Dat de VVE alvorens te beslissen over het verzoek van [verzoekende partij] algemene regels wil vaststellen onder welke voorwaarden airco’s kunnen worden geplaatst levert naar het […]”
r.o. 2.7.5