Rechtbank Rotterdam · 26 januari 2026
Afgifte administratie door accountant; bewaarplicht artikel 2:10 BW; opschortingsrecht
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
- Zijdelings
Samenvatting
Een ondernemer vordert in kort geding van haar voormalige administratiekantoor afgifte van haar administratie en het verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting. De voorzieningenrechter wijst de afgifte af, omdat de ondernemer op grond van de bewaarplicht van artikel 2:10 BW zelf over de stukken moet beschikken. De vordering tot het verzorgen van de aangifte wordt onder voorwaarden van betaling toegewezen, omdat het kantoor zich terecht op opschorting beroept.
Kernoverweging
“[persoon A] heeft ter zitting erkend dat zij deze stukken ook zelf in haar administratie moet hebben, omdat zij die stukken steeds (in kopie) aan Yoda verstrekte. Juist is voorts dat voor [persoon A] op grond van artikel 2:10 lid j. 3:15i BW verplicht is haar administratie gedurende 7 jaar te bewaren. Dat betekent dat [persoon A] geacht wordt op dit moment nog over de administratie over 2020 - 2024 te beschikken. Gelet daarop heeft [persoon A] onvoldoende gesteld en onderbouwd dat en welk belang zij bij deze vordering heeft zodat deze wordt afgewezen.
aangifte IB 2024 (vordering II)”
r.o. 4.4