Week 50
Week 50 · 9 dec – 15 dec 2002 · 2 uitspraken
Personenvennootschappen (maatschap, vof, cv) (2)
Vennoot vof kan zelfstandig in hoger beroep tegen veroordeling naast de vof
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
Een werknemer vorderde loon van een vennootschap onder firma en van haar vennoten persoonlijk; alleen de vennoten gingen in hoger beroep en werden door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De Hoge Raad oordeelt dat een schuldeiser tegen de vennoot twee samenlopende vorderingsrechten heeft: tegen de gezamenlijke vennoten (verhaalbaar op het vermogen van de vof) en tegen de vennoot persoonlijk. Een vonnis tegen de vof heeft daarom geen gezag van gewijsde jegens de vennoot, die zelfstandig verweer mag voeren. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
ECLI:NL:HR:2002:AE9261
Belang van vof-vennoten bij hoger beroep na onherroepelijk vonnis tegen de vof
- Personenvennootschappen
- Personenvennootschappen
In deze conclusie gaat het om de vraag of vennoten van een vennootschap onder firma belang hebben bij hoger beroep tegen een veroordeling van de vof en de vennoten, als het vonnis jegens de vof onherroepelijk is geworden. De A-G meent dat een onherroepelijk vaststaande schuld van de vof ook jegens de vennoten vaststaat, tenzij zij persoonlijke verweren hebben. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2002:AE9261