Week 13
Week 13 · 26 mrt – 1 apr 2007 · 2 uitspraken
Boek 2 BW (2)
Enquête: reikwijdte artikel 2:349 lid 1 BW en vrijheid OK bij omvang onderzoek
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
Een stichting verzocht de OK om een enquête naar drie inmiddels failliete vennootschappen. De Hoge Raad oordeelt dat het verweer van ontbrekend voorafgaand schriftelijk bezwaar (artikel 2:349 lid 1 BW) alleen aan de rechtspersoon zelf toekomt. Daarnaast is de OK bij het bepalen van omvang en periode van het onderzoek niet strikt gebonden aan het verzoek, mits zij geen verrassingsbeslissing geeft. Beide cassatieberoepen worden verworpen.
ECLI:NL:HR:2007:AZ8210
Enquête: beroep op artikel 2:349 lid 1 BW en tegenverzoek over onderzoeksperiode
- Enquêterecht
- Boek 2 BW
In deze conclusie gaat het over een enquêteverzoek naar het beleid van drie vennootschappen die failliet zijn gegaan. De A-G meent dat in beginsel alleen de vennootschap zich kan beroepen op het vereiste van voorafgaande kennisgeving van bezwaren. Ook kan een belanghebbende zonder eigen enquêterecht bij verweerschrift een tegenverzoek doen om de onderzoeksperiode uit te breiden. Hij concludeert tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep.
ECLI:NL:PHR:2007:AZ8210