← Archief 2004

Week 4

Week 4 · 19 jan – 25 jan 2004 · 3 uitspraken

Boek 2 BW (2)

  • Hoge Raad · 23 januari 2004

    Ontslag op staande voet statutair directeur BV; BBA niet van toepassing

    • Besluitvorming en vernietigbaarheid
    • Boek 2 BW
    • Zijdelings

    Een statutair directeur van een besloten vennootschap is op staande voet ontslagen en vordert onder meer vernietiging van de ontslagbesluiten (artikel 2:8 BW) en doorbetaling van loon. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte is uitgegaan van nietigheid van het ontslag wegens ontbrekende BBA-toestemming, omdat voor bestuurders van een besloten vennootschap een ontheffing van het BBA geldt. Boek 2 speelt in cassatie geen rol. Het arrest wordt vernietigd en de zaak verwezen.

    ECLI:NL:HR:2004:AM2914

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 23 januari 2004

    Ontslag statutair bestuurder B.V.; bevoegdheidsregel artikel 2:241 BW in voorbijgaan genoemd

    • Overig Boek 2
    • Boek 2 BW
    • Zijdelings

    Een statutair bestuurder van een B.V. is door de aandeelhoudersvergadering ontslagen en vordert onder meer nietigverklaring van de ontslagbesluiten. In cassatie gaat het vooral om de uitleg van processtukken en een ontslagbrief, de werking van artikel 7:677 BW en de ontslagbescherming op grond van het BBA. Boek 2 speelt alleen een rol doordat artikel 2:241 BW kort wordt genoemd als bevoegdheidsregel. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2004:AM2914

Art. 6:162 BW – bestuurder of aandeelhouder in persoon (1)

  • Hoge Raad · 23 januari 2004

    Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder en aandeelhouder wegens onjuist beeld bij aandelenverkoop

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Art. 6:162 BW

    Een koper van aandelen stelt dat de verkoper en diens bestuurder en indirect enig aandeelhouder haar een onjuist beeld hebben gegeven van de financiële toestand van de verkochte vennootschappen. Het hof wees de vordering tegen de bestuurder af, omdat hij niet bewust een onjuist beeld zou hebben gegeven. De Hoge Raad vernietigt dat oordeel wegens motiveringsgebreken en neemt in beginsel onrechtmatig handelen van de bestuurder aan. De zaak wordt verwezen.

    ECLI:NL:HR:2004:AL7051