Week 47
Week 47 · 17 nov – 23 nov 2014 · 2 uitspraken
Art. 6:162 BW – bestuurder of aandeelhouder in persoon (2)
Persoonlijk ernstig verwijt bestuurder bij betalingsopdrachten na faillissementsaanvraag
- Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
In deze conclusie voor de Hoge Raad staat de vraag centraal of een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW, omdat hij op de dag van het faillissement betalingsopdrachten aan de bank gaf nadat hij met spoed het eigen faillissement had aangevraagd. Het hof had de vordering van de bank afgewezen wegens onvoldoende gestelde persoonlijke ernstige verwijtbaarheid. De A-G acht dat oordeel onbegrijpelijk gelet op de stellingen van de bank en concludeert tot vernietiging.
ECLI:NL:PHR:2014:2242
Bestuurdersaansprakelijkheid: ernstig persoonlijk verwijt bij niet tijdig ingeroepen financieringsvoorbehoud
- Aansprakelijkheid afgewezen
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Art. 6:162 BW
In deze conclusie in cassatie gaat het om de persoonlijke aansprakelijkheid van een indirect bestuurder die een vennootschap zonder middelen als koper van aandelen aanwees en het financieringsvoorbehoud niet correct inriep. De A-G acht de klacht gegrond dat het hof niet heeft vastgesteld dat de bestuurder een voldoende ernstig persoonlijk verwijt treft. Hij concludeert tot vernietiging van het arrest.
ECLI:NL:PHR:2014:2243