← Archief 2001

Week 51

Week 51 · 17 dec – 23 dec 2001 · 4 uitspraken

Boek 2 BW (3)

  • Hoge Raad · 21 december 2001

    Eigen vordering van schuldeiser tegen bestuurder en derde naast curator

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een schuldeiser van een gefailleerde bv vordert uit onrechtmatige daad schadevergoeding van de bestuurder en een derde vennootschap, wegens het leeghalen van de bv. De Hoge Raad oordeelt dat de bevoegdheid van de curator om zo'n vordering in te stellen niet uitsluit dat de schuldeiser zijn eigen vordering zelf geldend maakt. Artikel 2:248 BW biedt geen wettelijke grondslag voor een andersluidend oordeel. De zaak wordt verwezen.

    ECLI:NL:HR:2001:AD2684

  • Hoge Raad · 21 december 2001

    Sobi/Hurks II

    Aansprakelijkheid moedermaatschappij en haar bestuurder jegens schuldeisers van failliete dochter

    • Aansprakelijkheid toegewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Overig Boek 2
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Schuldeisers van een failliet bouwbedrijf stelden de moedermaatschappij en haar bestuurder, tevens enig aandeelhouder, aansprakelijk uit onrechtmatige daad omdat zij vanaf een bepaald moment niet ingrepen terwijl zij wisten dat de dochter niet meer kon betalen. De Hoge Raad oordeelt dat individuele schuldeisers hun vordering naast de curator mogen instellen. Hij overweegt dat een moeder die alle aandelen houdt feitelijk richtlijnen kan afdwingen, ook zonder bindend instructierecht, en verwerpt de beroepen tegen de aansprakelijkheid van moeder en bestuurder.

    ECLI:NL:HR:2001:AD4499

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 21 december 2001

    Conclusie: mag schuldeiser in faillissement bestuurder en aandeelhouder zelf uit onrechtmatige daad aanspreken?

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW
    • Art. 6:162 BW

    Een schuldeiser van een failliete B.V. spreekt de bestuurder, een middellijk aandeelhouder en een groepsvennootschap uit onrechtmatige daad aan wegens verkorting van zijn verhaal. De A-G meent dat een individuele schuldeiser tijdens het faillissement mag procederen zolang de curator geen bezwaar maakt, en dat de artikelen 2:138 en 2:248 BW dit niet uitsluiten. Hij concludeert tot vernietiging en verwijzing; de enkele hoedanigheid van middellijk aandeelhouder is geen grondslag voor aansprakelijkheid.

    ECLI:NL:PHR:2001:AD2684

Art. 6:162 BW – bestuurder of aandeelhouder in persoon (1)

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 21 december 2001

    Conclusie A-G: doorbraak van aansprakelijkheid naar moedervennootschap en haar bestuurder, ernstig verwijt

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Art. 6:162 BW

    Schuldeisers van een failliete aannemingsmaatschappij spreken de moedervennootschap en haar bestuurder en enig aandeelhouder uit onrechtmatige daad aan voor onbetaald gebleven facturen. Het hof had de moeder en de bestuurder (bewust roekeloos handelen) in beginsel aansprakelijk geoordeeld en de beslissing over de schade aangehouden. De A-G concludeert tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep: individuele schuldeisers mogen optreden als de curator niet optreedt, de moeder had een onderzoeks- en zorgplicht en de bestuurder kan een ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt.

    ECLI:NL:PHR:2001:AD4499