← Archief 2002

Week 5

Week 5 · 28 jan – 3 feb 2002 · 6 uitspraken

Boek 2 BW (4)

  • Hoge Raad · 1 februari 2002

    Enquêteverzoek: rechtspersoon zelf niet bevoegd tot verzoek onderzoek naar eigen beleid

    • Enquêterecht
    • Boek 2 BW

    Een vennootschap verzocht de OK een enquête te bevelen naar haar eigen beleid. De Hoge Raad oordeelt dat de opsomming van verzoekers in artikel 2:346 BW limitatief is en dat de rechtspersoon zelf niet bevoegd is een onderzoek naar haarzelf te verzoeken. De beschikkingen van de OK worden vernietigd en de vennootschap wordt niet-ontvankelijk verklaard.

    ECLI:NL:HR:2002:AD8831

  • Hoge Raad · 1 februari 2002

    Enquête op vordering Advocaat-Generaal om redenen van openbaar belang naast bevolen enquête

    • Enquêterecht
    • Boek 2 BW

    Een holding bestreed in cassatie dat de Advocaat-Generaal om redenen van openbaar belang een enquête kon vorderen naar een beursvennootschap terwijl al een enquête was bevolen. De Hoge Raad oordeelt dat de bevoegdheid van artikel 2:345 BW niet is beperkt tot situaties zonder bevolen onderzoek. De OK toetst als feitenrechter of de gestelde redenen van openbaar belang juist zijn. Opzettelijke misleiding van het beleggend publiek kon een onderzoek rechtvaardigen.

    ECLI:NL:HR:2002:AD8832

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 1 februari 2002

    Kan een vennootschap zelf een enquête bij zichzelf verzoeken? Conclusie P-G

    • Enquêterecht
    • Boek 2 BW

    Een beursvennootschap verzocht de OK een enquête bij haarzelf te gelasten en voorlopige voorzieningen te treffen. De procureur-generaal concludeert dat een rechtspersoon als zodanig geen enquêterecht heeft, maar dit wel kan ontlenen aan voldoende eigen aandelenbezit of een statutaire bepaling. Omdat de OK niet motiveert op welke grond de vennootschap bevoegd was, strekt de conclusie tot vernietiging en terugwijzing.

    ECLI:NL:PHR:2002:AD8831

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 1 februari 2002

    Enquête op vordering advocaat-generaal: openbaar belang bij misleidende informatie beursvennootschap

    • Enquêterecht
    • Boek 2 BW

    In deze conclusie voor de Hoge Raad gaat het om een enquête bij een beursvennootschap, gevorderd door de advocaat-generaal om redenen van openbaar belang, terwijl op verzoek van de vennootschap zelf al een enquête was gelast. De A-G bij de Hoge Raad oordeelt dat de bevoegdheid van de advocaat-generaal niet subsidiair is en dat opzettelijke misleiding van het beleggend publiek over de financiële positie bij een aandelenuitgifte een openbaar belang in de zin van artikel 2:345 lid 2 BW kan raken. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2002:AD8832

Art. 6:162 BW – bestuurder of aandeelhouder in persoon (2)

  • Hoge Raad · 1 februari 2002

    Aandeelhouder onrechtmatig jegens Ontvanger bij verkoop aandelen geldzakvennootschap met vervangingsreserve

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Art. 6:162 BW

    Een ontvanger vordert schadevergoeding van verkopende aandeelhouders, omdat zij in 1982 en 1983 aandelen in vennootschappen met vervangingsreserves verkochten aan een koper die deze vennootschappen leeghaalde. De Hoge Raad oordeelt dat het ook toen al onrechtmatig was om zulke aandelen te verkopen als men wist of behoorde te weten dat de vennootschap zou worden leeggehaald. De uitsluiting van terugwerkende kracht van artikel 40 Invorderingswet 1990 staat aan een vordering uit onrechtmatige daad niet in de weg. De zaak wordt verwezen.

    ECLI:NL:HR:2002:AD5809

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 1 februari 2002

    Aansprakelijkheid verkopende aandeelhouders jegens fiscus bij leeggehaalde vervangingsreserve-vennootschappen

    • Aansprakelijkheid aangehouden/tussenuitspraak
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Art. 6:162 BW

    De Staat en de ontvanger spreken voormalige grootaandeelhouders uit onrechtmatige daad aan, omdat zij aandelen verkochten aan een koper die de vennootschappen leeghaalde en belastingschulden onbetaald liet. De A-G meent dat een zorgplicht om niet mee te werken als de verkoper weet of behoort te weten dat de koper de vennootschap zal leeghalen, in 1982 en 1983 al als ongeschreven norm gold. Een ruimere zorgplicht om voorzorgsmaatregelen te nemen gold toen nog niet. Hij concludeert tot vernietiging van het arrest van het hof en verwijzing.

    ECLI:NL:PHR:2002:AD5809