Week 26
Week 26 · 24 jun – 30 jun 2002 · 2 uitspraken
Boek 2 BW (2)
Aard 403-verklaring en verzet pandhouder tegen beëindiging overblijvende aansprakelijkheid
- Jaarrekening
- Overig Boek 2
- Boek 2 BW
De Hoge Raad oordeelt dat een 403-verklaring een eenzijdige rechtshandeling is waaraan de schuldeiser rechtstreeks een recht ontleent, en dat dit geen afhankelijk recht of borgtocht oplevert. Een pandhouder van vorderingen op de dochter is niet de schuldeiser voor wiens vordering nog aansprakelijkheid loopt en kan daarom geen verzet instellen tegen beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid. De beschikking van de OK wordt vernietigd.
ECLI:NL:HR:2002:AE4663
Verzetrecht pandhouder tegen beëindiging overblijvende 403-aansprakelijkheid
- Overig Boek 2
- Jaarrekening
- Fusie en splitsing
- Boek 2 BW
In deze conclusie gaat het om de vraag of een pandhouder verzet kan doen tegen beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid na intrekking van een 403-verklaring (artikel 2:404 lid 5 BW). De A-G acht het oordeel van de OK onjuist: de 403-verklaring is geen borgtocht en verzet komt alleen toe aan de schuldeiser. Ook verkrijging onder algemene titel is beperkt tot de gevallen van artikel 3:80 lid 2 BW. Zij concludeert tot vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring van de bank.
ECLI:NL:PHR:2002:AE4663