← Archief 2011

Week 3

Week 3 · 17 jan – 23 jan 2011 · 3 uitspraken

Boek 2 BW (3)

  • Hoge Raad · 21 januari 2011

    Beklemd vermogen artikel 2:18 lid 6 BW na omzetting pensioenstichting in NV; jaarrekening

    • Jaarrekening
    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Overig Boek 2
    • Boek 2 BW

    Een belangenstichting van havenpensioengerechtigden vroeg in een jaarrekeningprocedure om aanpassing van jaarrekeningen van een verzekeringsconcern en twee dochters, in verband met het vermogen van een in 1997 in een NV omgezette pensioenstichting. De Hoge Raad oordeelt dat het beklemde vermogen van artikel 2:18 lid 6 BW het gesaldeerde eigen vermogen op het moment van omzetting (met vruchten) is, niet de afzonderlijke activa en passiva. Presentatie als onderdeel van het eigen vermogen is toegestaan. Het cassatieberoep wordt verworpen.

    ECLI:NL:HR:2011:BN8852

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 21 januari 2011

    Conclusie: beklemd vermogen artikel 2:18 lid 6 BW in jaarrekening na omzetting stichting

    • Jaarrekening
    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Boek 2 BW

    In een jaarrekeningprocedure over de verwerking van het beklemde vermogen na omzetting van een pensioenstichting in een naamloze vennootschap concludeert de A-G tot verwerping van het cassatieberoep. Het beklemde vermogen in de zin van artikel 2:18 lid 6 BW hoeft niet te worden opgevat als alle afzonderlijke activa en passiva, maar mag in dit geval als saldo worden gezien. De OK mocht de tekortkomingen in de jaarrekeningen ondergeschikt achten.

    ECLI:NL:PHR:2011:BN8852

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 21 januari 2011

    Statutaire kwaliteitseis aandeelhouders EPZ en vrij verkeer van kapitaal

    • Overig Boek 2
    • Boek 2 BW

    In een kortgedingprocedure over de overname van een energiebedrijf ging het om een statutaire kwaliteitseis in een naamloze vennootschap die een kerncentrale exploiteert: aandeelhouders mogen uitsluitend publiekrechtelijke lichamen zijn. De A-G concludeert dat het hof de eis terecht heeft getoetst aan de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van kapitaal en geen relevante belemmering heeft aangenomen. Hij acht een prejudiciële verwijzing niet nodig en concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2011:BO5290