← Archief 2024

Week 7

Week 7 · 12 feb – 18 feb 2024 · 3 uitspraken

Boek 2 BW (3)

  • Hoge Raad · 16 februari 2024

    Coöperatie: terugbetalingsverplichting transactiesom in huishoudelijk reglement is uittredingsvoorwaarde zonder statutaire basis

    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Besluitvorming en vernietigbaarheid
    • Boek 2 BW

    Een coöperatie keerde na een fusie een transactiesom uit aan haar leden, maar verbond in het huishoudelijk reglement de verplichting tot terugbetaling aan beëindiging van het lidmaatschap vóór een bepaalde datum. De Hoge Raad oordeelt dat dit een uittredingsvoorwaarde is waarvoor artikel 2:60 BW een statutaire basis vereist, en dat deze ontbrak. De verrekening met melkgeld was daarom onterecht. Daarnaast is over het melkgeld wettelijke handelsrente verschuldigd, omdat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW.

    ECLI:NL:HR:2024:241

  • Hoge Raad · 16 februari 2024

    Uitleg van vorderingen bij opzegging coöperatielidmaatschap en nietig huishoudelijk reglement

    • Vereniging, stichting en coöperatie
    • Besluitvorming en vernietigbaarheid
    • Boek 2 BW

    Een lid van een zuivelcoöperatie wordt met onmiddellijke ingang uitgeschreven, waarna de coöperatie een uittredingsvergoeding en de eerder uitgekeerde transactiesom verrekent met zijn melkgeld. Het hof achtte de opzegging toelaatbaar en de reglementsbepaling over terugbetaling nietig bij gebrek aan statutaire basis (artikel 2:27, 2:34a en 2:53a BW), maar wees slechts een deel toe. De Hoge Raad oordeelt dat de vorderingen anders moeten worden uitgelegd en wijst zelf het volledige bedrag van de ten onrechte verrekende transactiesom toe.

    ECLI:NL:HR:2024:242

  • Parket bij de Hoge Raad · conclusie · 16 februari 2024

    Interne bestuurdersaansprakelijkheid artikel 2:9 BW: geen klachtplicht artikel 6:89 BW, décharge, ernstig verwijt

    • Aansprakelijkheid toegewezen
    • Bestuurdersaansprakelijkheid
    • Boek 2 BW

    In cassatie speelt de vordering van een vennootschap tegen haar voormalige bestuurder wegens onbehoorlijk bestuur (artikel 2:9 BW), omdat hij leningen verstrekte die niet zijn terugbetaald. De A-G concludeert dat de klachtplicht van artikel 6:89 BW niet kan afdoen aan interne bestuurdersaansprakelijkheid en dat décharge geen afstand van recht inhoudt. Ook de overige klachten over de ernstigverwijtmaatstaf, de ervaring als advocaat en de schade falen volgens de A-G. Hij concludeert tot verwerping van het cassatieberoep.

    ECLI:NL:PHR:2024:185